Verleden en Heden / Past and Present

Nevenstaande kaart laat het gebied van de Gemeente Neede zien, zoals het er rond 1860, toen deze kaart werd getekend, uitzag. De gemeentegrenzen zijn sinds die tijd totdat Neede in 2005 opging in de gemeente Berkelland, nauwelijks of niet veranderd. Alleen is de omvang van het dorp Neede enigszins groter geworden (het aantal inwoners is ca. 10x zo groot).

Landelijke ligging

Neede is gelegen in het noord-oosten van de Achterhoek, een landelijk agrarisch gebied ten oosten van de rivier de IJssel, in het oosten van Nederland. De oost- en zuidgrens van de Achterhoek worden gevormd door de landsgrens met de Bondsrepubliek Duitsland. De Achterhoek is een van de drie hoofdregio’s van de provincie Gelderland. De andere twee zijn de (heuvelachtige) Veluwe en het rivierengebied de Betuwe. Officieel heet het gebied van de Achterhoek “De Graafschap”, maar in de volksmond wordt toch meestal de naam Achterhoek gebruikt. Zie ook mijn toelichting op deze namen op de pagina over de Achterhoek.

De omvang van de Gemeente Neede is ca. 45 vierkante kilometer (noord-zuid = ca. 6 km; west-oost = ca. 7,5 km). De afstand tot andere plaatsen in de omgeving is (in wegkilometers):

Eibergen: 5 km.
Borculo: 6 km.
Haaksbergen: 12 km
Enschede: 25 km

De stad Enschede, gelegen in het oostelijk gedeelte van de regio Twente, provincie Overijssel, geldt als het dichtsbij gelegen verzorgingscentrum. Voor medische zorg (ziekenhuizen, specialisten), andere gecentraliseerde diensten en voor de grote winkelcentra moet men naar deze stad. Er is een net van openbaar vervoer voorzieningen waarin de stad Enschede als centrum fungeert. Neede kent busverbindingen naar alle dorpen en steden in de omgeving.

Landschap en Geologie

Neede is grotendeels gelegen op de hogere zandgronden van oostelijk Nederland. In het zuiden van de gemeente treffen we wat rivierklei aan (daar neergelegd door de Berkel en de Bolksbeek, de belangrijkste beken). In het noorden vinden we wat afzettingen van klei door de Schipbeek en de Buurserbeek.

In het midden van de gemeente ligt de Needse Berg, een heuvel die ca. 35 meter boven het gemiddelde omliggende niveau uitstijgt. Het ontstaan van deze heuvel is onzeker. Lang is verondersteld dat ze is ontstaan tijdens de voorlaatste ijstijd, toen het landijs grote delen van Nederland bedekte. Dat landijs zou de grote zandruggen en heuvels die we nu in het Nederlandse landschap zien, hebben achtergelaten. Een andere stelling luidt dat de heuvel al veel langer bestond, en is gevormd doordat de bodem als geheel verschuivingen in (vooral) vertikale richting heeft vertoond. Breuken in de ondergrond die recentelijk zijn onderzocht, wijzen erop dat deze aanname weleens plausibeler zou kunnen zijn dan de landijs-hypothese. De veel langere periode tussen de huidige tijd en respectievelijk het breuklijn-scenario en de landijs-hypothese verklaart dat de heuvel zijn huidige grotendeels afgesleten vorm vertoond: een breuk in het landschap zou een scherpere belijning laten zien, maar in de honderdduizenden jaren sinds het ontstaan van de heuvel(rug) is deze door erosie grotendeels afgesleten, het landijs van de voorlaatste ijstijd deed ook een flinke duit in het zakje, en zo bleef de huidige afgeronde vorm over.

Dit is een zand- en leemgroeve op de Needse Berg. Hier werden de vondsten gedaan waarover in deze pagina wordt gesproken. Toen (voor de 2e Wereldoorlog) nog een open terrein. Op de achtergrond zien we de steenovens en opslag van Ten Cate.

De leemkuil, zoals dit gebied wordt genoemd, ligt op de top van de Needse berg en is tot in zeventiger jaren intensief gebruikt voor zandwinning. Er zijn meerdere van deze gaten binnen een afstand van enkele honderden meters.

Nu is dit terrein geheel overwoekerd en met bossen begroeid waardoor de gaten nog maar moeilijk kunnen worden betreden

En rechts ziet u de huidige situatie (foto 1998).

Deze foto is genomen van één van de leemgroeven op de Needse Berg, vanaf de rand. Zoals is te zien, zijn deze groeven totaal overwoekerd en dichtgegroeid. Wie de moeite zou nemen om op de rand van zo’n groeve te gaan staan, waar deze foto is genomen, heeft de grootste moeite om de bodem, tot zo’n twintig meter lager, te kunnen zien.

Nu zijn de groeven een geliefd wandelgebied waarin voor natuurliefhebbers veel interessants is te vinden. De flora en fauna leeft er relatief beschermd.

Het afgraven van leem is gestopt. Wel vinden we er nog af en toe geïnteresseerden die proberen om nog wat van de fossiele rijkdommen van de Needse Berg te vinden. Hetgeen, voor wie weet waar hij of zij moet zoeken, best te doen is.

In de Needse Berg zijn veel bewijzen gevonden van vroeger (zee)leven. Miljoenen jaren geleden lag deze omgeving aan de rand van een subtropische zee waarin haaien en walvissen voorkwamen. In latere tijden kwamen in deze contreien mammoeten en neushoorns voor. Van deze diersoorten zijn vele fossielen gevonden, alsmede van slakken, schelpen en andere zeedieren. Veel van de vondsten duiden op één speciaal tijdvak, en werden oorspronkelijk alleen in de Needse Berg gedaan. Naar aanleiding daarvan werd dat geologische tijdvak lange tijd aangeduid als het “Needien”. Later is het hernoemd tot “Holsteinien”, omdat toen in dat Duiste gebied nog veel omvangrijker vondsten werden gedaan. In het Needse Gemeentehuis zijn vitrines te zien, met daarin een verzameling vondsten. Voor de bezoeker is het wellicht interessant om daar eens een kijkje te nemen.

De geologie van de Needse Berg is nogal bijzonder. De heuvel bevat materiaal (kleisoorten) waarmee lange tijd bakstenen en dakpannen zijn gemaakt. Ook bepaalde zandsoorten die belangrijk zijn voor de bouwindustrie, zijn hier lange tijd in dagbouw gedolven.

Voor wie er de tijd voor neemt, is een wandeling over de Needse Berg zeer de moeite waard. Afgezien van de natuurwaarde van het landschap (sterk wisselend, veel vergezichten, bossen, zeldzame plantensoorten), is het de moeite waard om de oorspronkelijke afgravingen te bezoeken. Soms vindt men daar nog steeds fossielen !

Het Dorp en de omliggende Kernen

Neede kent momenteel zo’n 11.000 inwoners, waarvan 2/3 in het dorp Neede woont en de rest in de kleinere omliggende kernen en in afzonderlijke huizen en boederijen. Het dorp Neede, de dorpskern zelf, is gelegen in het zuidelijke gedeelte van de gemeente, bezuiden de Needse Berg. Het dorp wordt doorsneden door vier hoofdwegen:

  • De Oudestraat (noord-zuid), naar het noorden verlengd en heet daar het Rapenburg; deze straat is nu grotendeels een winkel/wandel gebied
  • De Nieuwstraat (zuidwest-noordoost), beginnend bij de kerk en leidend naar Haaksbergen
  • De Borculoseweg (oost-west), beginnend bij de overgang van Oudestraat/Rapenburg, leidend naar Borculo en Noordijk
  • De Stationsweg (noordwest-zuidoost), beginnend bij het zuidelijk uiteinde van de Oudestraat, via de Eibergseweg leidend naar Eibergen

Midden in het dorp ligt de Nederlands Hervormde Kerk, aan het Kerkplein. Tegenover de kerk ligt het Gemeentehuis en daarachter het busplein, waar de bussen van de lijndiensten naar de omliggende dorpen en steden hun halteplaats hebben.

De Gemeente Neede kent een aantal zogenaamde kernen, kleine dorpen, kerkdorpen, die enkele honderden inwoners tellen. Het zijn:

  • Noordijk, ten noordwesten van Neede (nu de grootste van de “kleine kernen”, vroeger zelfs groter dan de dorpskern van Neede !)
  • Rietmolen, ten noordoosten van Neede (een hoofdzakelijk Rooms Katholiek dorp, in tegenstelling tot de rest van Neede dat hoofdzakelijk van Nederlands Hervormde huize is)
  • Lochhuizen, ten noorden van Neede (enkele huizen en boerderijen)
  • Achterveld, in het uiterste noorden van de gemeente (enkele huizen en boerderijen)

De nog kleinere gemeenschappen Kisveld, Hoonte en Ruwenhof zijn hedentendage nagenoeg verdwenen als zelfstandige kern. Hoonte en Ruwenhof zijn nu wijken van het dorp Neede en niet meer als aparte dorpskern herkenbaar.

Economie, Wonen en Werken

Neede is van een relatief arme agrarische gemeenschap een welvarend dorp van burgers geworden. Het dient als een dienstencentrum voor de omliggende kernen en agrarische bedrijven, maar voor “grotere” zaken moet men het verderop zoeken in het grotere Haaksbergen (25.000 inwoners) en Enschede (160.000 inwoners).

Op economisch gebied is Neede sterk afhankelijk van andere plaatsen in de omgeving. Needenaren zijn in hoofdzaak forensen, die hun werk vinden in omliggende plaatsen als Groenlo, Winsterwijk, Haaksbergen, Enschede en Hengelo. In Neede is wel wat kleinschalige industie gevestigd, voornamelijk op het industrieterrein ten oosten van het dorp.

De gemiddelde Needenaar woont in een gerieflijke eensgezinswoning in één der ruim opgezette woonwijken. Hoogbouw komt niet voor. Wel zijn er enkele kleinere apartementencomplexen en is er een seniorencomplex met zowel kamers voor intensievere zorg als zogenaamde aanleunwoningen. Er wordt niet meer zoveel gebouwd; de uitgifte van bouwkavels is minimaal. De laatste grotere nieuwe wijk is in het begin der negentiger jaren van de vorige eeuw voltooid.

Neede kent één échte winkelstraat, de Oudestraat, waar voor de meeste dagelijkse behoeften een behoorlijk breed georienteerd winkelareaal van goede kwaliteit te vinden is. In de zijstraten zijn ook nog wat winkels te vinden. Neede kent een paar horeca gelegenheden. Er zijn enkele café’s, snackbars en ook wat luxere eetgelegenheden, maar bijvoorbeeld geen hotel. Voor hotelaccommodatie dient men zich te begeven naar omliggende plaatsen als Haaksbergen en (vooral) Enschede.

Café’s trof men in het Neede van 1880 – 1940 ook véél aan, evenals een naar verhouding goede en uitgebreide hotelaccommodatie. De oudere Needenaren herinneren zich dat nog goed. Neede was in die jaren een spoorwegknooppunt. Treinreizigers moesten vaak via Neede reizen, treinverbindingen sloten niet altijd op elkaar aan, en zodoende ontstond er behoefte aan voorzieningen voor de wachtende reizigers op doorreis. Doordat Neede bovendien steeds meer industrie kreeg, was er ook behoefte aan hotelvoorzieningen voor de zakenreiziger. Maar in de vijtiger jaren van deze eeuw, toen het spoorwegknooppunt al bijna helemaal was verdwenen, en de mogelijkheden voor dagreizen per auto door heel Nederland steeds beter werden, verkommerden zowel de café-bedrijven als de hotels. Hotel Post was het laatste hotel dat haar deuren sloot, ergens in de zestiger jaren (het pand is, na een grote brand, afgebroken).

Nu zijn het enkele café’s en snackbars en een discotheek waar de Needse jeugd het mee moet doen. En voor een wat luxere maaltijd kun je ook goed terecht in Neede. Maar voor groter vertier gaat men naar omliggende plaatsen als Groenlo, Goor, Haaksbergen en (vooral) Enschede. En nu het reizen steeds makkelijker, sneller en vanzelfsprekender wordt, zien we een trend naar “uitgaan in Amsterdam”.

Alle gemeentelijke diensten waren tot 2005 geconcentreerd in de dorpskern, rondom het toenmalige gemeentehuis. Voor alle administratieve zaken, van paspoort en rijbewijs tot geboorteaangifte en bouwaanvraag kon men hier terecht. Na de fusie met Borculo, Eibergen en Ruurlo tot de Gemeente Berkelland zijn de gemeentelijke diensten verspreid over het grotere Berkelland gebied.

Neede had een eigen archiefdienst die verantwoordelijk was voor het beheren van de Needse Historie. Hierbij speelt ook de Historische Kring Neede een belangrijke rol. Zij is actief op het gebied van historisch onderzoek en publiceert veel over de historie van dorp en ommelanden. In de Needse Bibliotheek “De Meijer” is een uitgebreide collectie materiaal en publicaties te vinden van de Historische Kring. Het archief is met de fusie ook meeverhuisd met de gemeentelijke diensten van Berkelland.

Bevolking en Politiek

De Needse bevolking bestaat voor een groot deel nog uit afstammelingen van de oorspronkelijke bewoners. Voor wie enige kennis heeft van de oorspronkelijke familienamen uit Neede en omgeving herkent de “oude” namen nog in het telefoonboek. Vele uitgangen op “ink”, vele namen die beginnen met Klein- en Groot-, Oude- en Jonge-, en de namen die verwijzen naar de eeuwenoude boerenerven.

Sinds de zestiger jaren van de 20e eeuw is er sprake van een zekere mate van “import”. Oorzaak van die import is de aantrekkelijke landelijke ligging van het dorp, de ruimte die het destijds bood voor nieuwbouw, ook door niet-ingezetenen en de relatief lage grondprijzen (nu is dat wel anders !).

De oorspronkelijke Needenaar is een gereserveerd persoon, die zich “de kop niet gek laat maken”. Als je een Needenaar vraagt hoe het met hem is, antwoord hij steevast: “Och … ’t geet wâh”. Waarmee hij eigenlijk wil zeggen: “prima, en met u dan !?”. Bedoelt een Needenaar “Ja”, dan zal hij zeggen: “Och … Jao”, maar is het “Nee” of is hij het niet met u eens, dan hoor je: “Jao Jao” bij wijze van negatieve instemming. Voor een buitenstaander vaak uiterst verwarrend. “Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg”, is zo’n uitspraak die weergeeft hoe de Needenaar anderen beschouwt die het wat te bont maken (en dat vindt’ie al snel). Vooral in de begintijd van de “import” van westerlingen en gastarbeiders, zo vanaf de zeventiger jaren van de 20e eeuw, kon je een zekere tweedeling in de Needse maatschappij herkennen. Maar inmiddels is ook Neede weer één dorp en één gemeenschap, en is het er goed leven.

De Needenaar houdt niet van koude drukte. Grote feesten kende het dorp vroeger eigenlijk niet. De huidige traditie om elk jaar een braderie te organiseren, dateert pas uit de zeventiger jaren van de vorige eeuw, en werd in het leven geroepen door de toen in steeds groter getale aanwezige “import” Needenaren. Daarvoor kende Neede slechts een jaarmarkt, met een kleine kermis daaraan gekoppeld. Overigens: uit mijn jeugd herinner ik me dat die kermis elk jaar kleiner werd, tot er rond 1975 vrijwel niets meer van over was.

Elk dorp van het formaat Neede heeft te maken met roddel en achterklap. Zo ook Neede. De oorspronkelijke bewoners – daartoe reken ik hen die er geboren werden vóór 1950 – kenden elkaar door en door. Een verkeerde handeling of uitspraak, een uitspatting die iets te ver ging, en het hele dorp wist het binnen een dag. Verantwoordelijk daarvoor waren natuurlijk in de eerste plaats de winkeliers, de handelaren en de huis-aan-huis bezorgers zoals de bakker, de slager en de melkboer. En de kolenboer natuurlijk. Die huis-aan-huis bezorgers gingen er steevast vanuit dat ze bij bepaalde klanten een kopje koffie kregen en aan tafel werden dan de laatste roddels uitgewisseld. Zo’n dorpsgemeenschap kleefde zodoende aan elkaar, iedereen controleerde iedereen en misdaad kwam er nauwelijks voor.

De Needse politiek is lange tijd gedomineerd geweest door de volksaard en de dorpsbelangen en in slechts geringe mate door werkelijke politieke overtuiging. Vaak tientallen jaren achtereen waren het dezelfde politieke partijen maar vooral ook dezelfde raadsleden en wethouders die de dienst uitmaakten (doorgaans van SDAP- (later PvdA-), CDA- en VVD-huize). De lokale partij Gemeentebelangen vertegenwoordigt, net als in zowat elke andere kleine gemeenschap, het “algemeen belang van het dorp” en was altijd wel terug te vinden in de raad, of zelfs in de persoon van een wethouder. Nu het dorp onderdeel uitmaakt van de Gemeente Berkelland, zien we dat de politieke verhoudingen meer en meer overeenkomen met de landelijke. Partijpolitiek wordt langzaamaan belangrijker dan de politiek gebaseerd op personen.

De notabelen van het dorp stonden bij de nogal flegmatieke Needenaar in wisselend daglicht: ging het goed, dan waren het “goede mensen”, maar deden ze eens iets dat minder in de smaak viel dan was het dorp in rep en roer. Hetgeen zich in het algemeen slechts uitte in het nauwelijks hoorbaar fluisteren van wat afwijzende woorden. De politici konden zodoende net doen alsof ze het niet hoorden, gingen door met de orde van de dag en wensten elkaar, ook hun politieke opponenten, het allerbeste. Men moest immers samen verder en heibel in de tent was wel het laatste waar men behoefte aan had. Dat zoiets makkelijk kan leiden tot sluimerende problemen, leert de recente geschiedenis waarin sommige bestuurders het blijkbaar niet zo nauw namen met de regels. Dat kwam pas aan het licht toen de Needse gemeentelijkheden werden uitgeruimd om op te gaan in het Berkellandse.

De Jeugd en de Scholen

Neede is een dorp van arbeiders en dat zie je ook terug in de voorzieningen op het gebied van jeugdwerk en scholing. Tot het begin van deze eeuw was er slechts één lagere school in het dorp Neede en één in de dorpskernen Noordijk en Lochhuizen. Pas in 1930 kwam er een tweede openbare lagere school in het dorp. De eerste school, opgericht in het begin van de 19e eeuw, was de Spilbroekschool, naar de naam van de velden en essen in de directe omgeving van de school. Ze is inmiddels verlaten door het onderwijs; er is een nieuwe school gebouwd omdat het oude gebouw niet meer aan de eisen voldeed. Die Spilbroekschool heette vroeger gewoon: School 1. En die tweede school, die in 1930 werd geopend: School 2. Nu is het de Ruwenhofschool, genoemd naar de oude dorpskern met die naam, nu een wijk van het dorp Neede. Men hield van eenvoud en die schoolbenaming illustreert dat denk ik het beste. Het aantal lagere scholen is inmiddels verder weer uitgebreid; elke wijk heeft nu zijn eigen school en er is keuze met betrekking tot de levensovertuiging.

Voorheen, in de 19e eeuw en daarvoor, was er voor de kinderen van het dorp nauwelijks van goed onderwijs sprake. Als ze al naar school gingen, dan slechts in de wintermaanden, omdat ze in de zomer moesten helpen op het land. En van voortgezet onderwijs kon men slechts dromen. Alleen de zonen en (soms) dochters van de rijken, en de kinderen die uitzonderlijke prestaties leverden, kregen de kans om “verder te leren”. Dat kon in Neede zélf pas vanaf de jaren dertig, toen de ULO school werd geopend aan de Borculoseweg (tegenwoordig staat de opvolger van deze school, de school voor LBO/MBO, aan de Julianastraat). Wilde men verder studeren, dan moest men naar de “grote stad” (Hengelo, Enschede), waar scholen als de HBS en later ook de MTS, de HTS en de Technische Hogeschool (inmiddels de Universiteit Twente) waren gevestigd. De eenvoudige arbeiders- of boerenzoon had soms het geluk om de “Ambachtschool” te mogen bezoeken, waar hij een vak als timmerman of metselaar kon leren. Dat betekende dan wel: fietsen naar Winterswijk.

Vertier voor de jeugd bestond er natuurlijk wel, maar dat beperkte zich tot slechts enkele “hoogtepunten” in het jaar. De jongsten hadden soms het geluk om op “schoolreis” te gaan: een dagje uit, veelal naar een plaats met wat voorzieningen voor de jeugd in de directe omgeving. De oudere jeugd, zo vanaf 14 jaar, werkte mee op het land of in de fabrieken. Voor hen was het enige vertier de jaarlijkse kermis en, tot ver na de tweede wereldoorlog, de Luxor Bioscoop.

Religie

Het geloof in een hogere macht is eeuwenlang de dominante factor geweest in het bestuur van stad en streek. De Nederlandse bevolking werd bestuurd door Kerk en Koning. Welke daarvan de belangrijkste was en de meeste invloed had, is moeilijk te zeggen, maar grofweg rond 1600 kenterde het tij en werden de “Staatsche” invloeden ook hier gevoeld; de kerk keerde terug tot haar kernfunctie: het prediken van het geloof en het ondersteunen van de zwaksten in de samenleving. Er was min of meer een scheiding van kerk en staat, hoewel dat pas formeel werd in het begin van de 19e eeuw.

Tot ongeveer 1560 kenden de Nederlanders slechts het Rooms Katholieke geloof. Luther had echter zijn invloed doen gelden in de Duitse Staten, en vanaf ongeveer 1560 tot 1610 was er de periode van de reformatie. In die periode van godsdienstoorlogen werd het protestantse geloof steeds belangrijker. Prins Willem van Oranje, de “Vader des Vaderlands” en eerste “koning” van de Nederlanden (hoewel die de Republiek heette) was aan het hof van Philips de Tweede Rooms Katholiek opgevoed. Tijdens zijn latere jeugd en jongvolwassenheid, in de periode op Dillenburg, bekeerde hij zich tot het protestantse geloof en kwam daardoor in conflict met de Spaanse overheersers. Hij ontketende een staatsrebellie die uitgroeide tot de 80-jarige oorlog (1568 – 1648). Hijzelf werd vermoord in 1586 en beleefde niet meer dat de Verenigde Nederlanden in het begin van de 17e eeuw het protestantisme tot staatsgodsdienst uitriepen. Het katholicisme werd algemeen afgekeurd en door de overheid slechts gedoogd, maar in de praktijk konden ook de katholieken toch wel beschikken over eigen kerkgebouwen (soms verborgen, soms openlijk).

Neede en omgeving deed volop mee in die beweging. In Neede kwam de reformatie vrij laat (begin 17e eeuw), maar resulteerde er wel in dat vrijwel het gehele dorp afhankelijk werd van de nieuwe kerk: de protestantse kerk, later Nederlands Hervormde Kerk. Het katholicisme werd niet helemaal verdreven. In boerenschuren en soms in het open veld werd het katholieke geloof nog steeds beleden, zij het door een kleine minderheid. De kleine dorpskern Rietmolen, ten noordoosten van Neede, is altijd in hoofdzaak Rooms Katholiek gebleven.

Dat het Rooms Katholicisme in deze streken lang de primaire godsdienst bleef, of op zijn minst werd gedoogd naast het Protestantisme had een belangrijke reden: de invloed, zelfs heerschappij van de Bisschop van Münster (Duitsland) was hier sterker dan de invloed vanuit de westelijke Nederlanden. Waar de Spaanse overheersers door middel van de inquisitie, door martelingen en publieke executies de bevolking probeerden te dwingen tot het katholieke geloof, waren de Verenigde Nederlanden, toen die eenmaal waren gegrondvest in het begin van de 17e eeuw, meer vergevingsgezind. Men had een gruwelijke hekel aan “die Roomschen”, maar men tolereerde hun bestaan en zolang zij hun geloof niet in het openbaar beleden, werden ze gedoogd.

Nu kent Neede diverse kerken en kerkjes, één voor elk kerkgenootschap. Zelfs de van de Protestante en Nederlands Hervormde Kerk afgescheiden gelovigen, zoals de Gereformeerden en Vrijgemaakt Gereformeerden, hebben hun eigen kerkgebouwen. De kerken werken nu nauw samen en organiseren zelfs gezamelijke diensten, waarbij dominee en pastoor gebroederlijk naast elkaar de gelovigen toespreken.

Jammer is dat de belangrijkste kerk, de Nederlands Hervormde Kerk aan het Kerkplein, nu Grote Kerk genoemd, sinds kort niet meer de hoofdfunctie heeft die het al die eeuwen had. Het interieur is goeddeels onherkenbaar (wat men noemt: multifunctioneel) voor wie er voorheen wel eens kwam.

Industrie en Nijverheid

Neede kende tot het einde van de 19e eeuw (tot ca. 1880) nauwelijks fabrieksmatige arbeid. Het was een boerendorp waarin de nijverheid zich beperkte tot wat huisvlijt (de textielweverij) en een enkel fabriekje (een ijzergieterij en een dakpannenfabriek, veel meer was er niet). Pas toen de traditionele huisvlijt, de textielweverij, meer efficient in fabrieken kon worden bedreven dan thuis in het weefkamertje, ging menig boer ertoe over om, eerst deels, later volledig, fabrieksarbeider te worden. Tussen 1920 en 1970 zijn het vier volwaardige textielfabrieken met elk honderden werknemers die de plaatselijke economie op gang houden. Ze boden direct en indirect werk aan duizenden mensen. Neede kende in die periode nauwelijks forensen.

Neede heeft een tijdlang een bedrijf gekend waar jam en andere zoetwaren werden gemaakt uit de oogst van boomgaarden en velden in de omgeving. Deze jamfabriek stond aan de Stationsweg en bood werk aan enkele tientallen medewerkers. Zelfs is er een tijdje een verzendhuis gevestigd geweest naast de jamfabriek. Het verzendhuis verkocht de producten van de jamfabriek per postorder en verzond ze per post naar de klanten.

Neede had in de jaren 1880 – 1935 (ca.) ook een bedrijvig spoorwegennet. In feite was Neede een spoorwegknooppunt, omdat er drie lijnen bij het Needse station samenkwamen. Zowel personen- als goederenvervoer ging door Neede, en er waren enkele overslagbedrijven gevestigd. Natuurlijk werden ook de grondstoffen en eindproducten van de Needse textiel- en confectieindustrie per spoor vervoerd. Toen in de dertiger jaren, door de aanleg van steeds betere wegen, in het vervoer per spoor de klad kwam, was het snel afgelopen met dat spoorwegennet. Eén voor één werden de lijnen opgeheven, totdat uiteindelijk in (ca.) 1935 de laatste personentrein Neede aandeed. Het laatste goederenlijntje werd opgedoekt aan het einde van de zestiger jaren.

Landbouw en Veeteelt

Van oorsprong bood de bodemgesteldheid van de oostelijke Achterhoek niet veel kwaliteit en mogelijkheden aan de boerenbedrijven. De dominante bodemsoort was en is de zandgrond en die blinkt niet uit in vruchtbaarheid. Tot het begin van deze eeuw, toen de kunstmest zijn intrede deed, waren lage opbrengsten en misoogsten dan ook schering en inslag. Het noopte menig boerenzoon om zijn heil ergens anders te zoeken. Hetgeen resulteerde in vele emigraties naar bijvoorbeeld Amerika (1840 – 1880) en de verhuizing van hele boerenfamilies naar andere delen van Nederland. Enig extra inkomen verkregen veel boeren door op het boerenerf een weefkamer in te richten en in opdracht van handelaren te weven. Hieruit is de textielindustrie ontstaan die zich tot in de zeventiger jaren wist te handhaven.

Dominant in deze streken was het zogenaamde gemengde bedrijf, waarin een aantal hectaren land en een kleine veestapel samen net genoeg opdrachten om de boer en zijn gezin in leven te houden. Dat gemengde boerenbedrijf hield stand tot in de vijftiger jaren. Door vererving en onderlinge verkoop was het boerenlandschap toen veranderd in een lappendeken van vele vaak zeer kleine stukjes land, waarbij de boeren vaak kilometers moesten lopen of rijden om hun versnipperde landbouwgronden te bereiken.

Aan die situatie moest een einde komen. Ze was hoogst inefficient en leidde tot steeds lagere opbrengsten en een steeds slechter wordende concurrentiepositie. Daarom werd in de vijftiger jaren een groot ruilverkavelingsproject uitgevoerd. Als onderdeel van dat project werden wegen aangelegd of verplaatst, werden zandwegen geasfalteerd, werden stukken land door boeren onderling uitgeruild en zelfs werden hele boerenbedrijven verplaatst. Enkele oude boerderijen zijn vanwege de ruilverkaveling zelfs geheel verdwenen. Die ruilverkaveling betrof met name het gebied ten noorden en ten oosten van het dorp Neede, rondom het dorp Noordijk. Na afloop van deze ruilverkaveling zag het landschap rondom de Needse Berg er totaal anders uit. Het boerenland was veel minder versnipperd, er liepen goede geasfalteerde wegen doorheen, sloten waren gegraven of verbreed, en in sommige gevallen waren er zelfs nieuwe boerenbedrijven verrezen.

Nu zijn er voornamelijk middelgrote boerenbedrijven over. Zij specialiseren zich steeds meer. Kernactiviteiten zijn de varkens- en kippenhouderij (fok- en mestbedrijven), de runderteelt (mestkalveren en melkvee) en de landbouw (voornamelijk mais en nog enkele percelen met granen).

Uit mijn jeugd herinner ik me de vele fietstochten met mijn ouders waarbij de geuren van de rogge-, haver- en tarwevelden overal rondom het dorp overheersten. In de oogsttijd zag je de oogstmachines van veld naar veld gaan, stoof het kaf kilometers in het rond en was er de sfeer van het oude boerenland. Boerinnen liepen van huis naar veld met de koffiekan en de mand met brood. Het land werd geploegd met paardenkracht. De zaaier liep nog zelf, met de zaadbak voor zijn buik, zwaaiend met de arm. Helaas is daarvan weinig overgebleven. De landbouw en veeteelt zijn gerationaliseerd. Rogge, haver en tarwe worden nog slechts bij uitzondering verbouwd, en alleen door idealisten waarvoor in de huidige agrarische economie eigenlijk geen ruimte meer bestaat. Nu zijn de wegen ’s zomers omzoomd met velden vol mais, eentonig, kilometer na kilometer, geurloos, sfeerloos. En in het najaar zijn de wegen vuil van modder door de vele maisrijders, de tractoren en wagens die de vrachten mais van het dan sompige land halen, dwars door regen en wind.

Recente ontwikkelingen

Niets blijft altijd bestaan. De gedachte “eens een Needenaar, altijd een Needenaar” heeft alleen een nostalgische betekenis. Zo ook Neede en de omliggende dorpen. De rationalisatie van de regionale en plaatselijke overheden leidde al op verschillende plaatsen in Nederland tot het samenvoegen van gemeenten. Neede bleef dit lot lang bespaard, maar helaas, al is het na veel discussie, moest ook ons geliefde dorp eraan geloven. Per 1 januari 2005 werden Neede, Borculo, Eibergen en Ruurlo samengevoegd tot een nieuwe Gemeente Berkelland. Gelukkig is de geplande samenvoeging met Haaksbergen, die een tijd daarvoor speelde en tot veel rumoer leidde, op tijd gestopt. Niks voor Needenaren … om zich “horig” te voelen aan die ietwat arrogante Tukkers (vergeef me, Tukkers, maar gevoelens laten zich niet verloochenen). Nee, dan is het idee om samen met een paar kleinere plaatsen van gelijk allooi, cultuur en achtergrond toch heel wat aantrekkelijker. En wees eerlijk, is het niet zo dat Neede oorspronkelijk hoorde bij de Heerlijkheid Borculo; dat gebied én de geplande nieuwe Gemeente Berkelland vallen zowat samen ! Het wordt geen “terug naar het verleden”, maar een “vooruit naar een goede toekomst, samen”.

Maar voor hen die zijn geboren en getogen in Neede blijft het: “Ik kômme oet Néé” !

Het Dorp

Deze site is naar mijn gevoel niet volledig als ik geen deelgenoot maak van mijn gevoel over “hoe het vroeger was”. Dat eenvoudige dorp, eigenlijk precies zoals Wim Sonneveld het zong:

 

Het Dorp

Thuis heb ik nog een ansichtkaart
Waarop een kerk een kar met paard
Een slagerij J. van der Ven
Een kroeg, een juffrouw op de fiets
Het zegt u hoogstwaarschijnlijk niets
Maar het is waar ik geboren ben
Dit dorp, ik weet nog hoe het was
De boerenkind’ren in de klas
Een kar die ratelt op de keien
Het raadhuis met een pomp ervoor
Een zandweg tussen koren door
Het vee, de boerderijen

Refr:

En langs het tuinpad van m’n vader
Zag ik de hoge bomen staan
Ik was een kind en wist niet beter
Dan dat ’t nooit voorbij zou gaan

Wat leefden ze eenvoudig toen
In simp’le huizen tussen groen
Met boerenbloemen en een heg
Maar blijkbaar leefden ze verkeerd
Het dorp is gemoderniseerd
En nou zijn ze op de goeie weg
Want ziet, hoe rijk het leven is
Ze zien de televisiequiz
En wonen in betonnen dozen
Met flink veel glas, dan kun je zien
Hoe of het bankstel staat bij Mien
En d’r dressoir met plastic rozen

Refr:

De dorpsjeugd klit wat bij elkaar
In minirok en beatle-haar
En joelt wat mee met beat-muziek
Ik weet wel het is hun goeie recht
De nieuwe tijd, net wat u zegt
Maar het maakt me wat melancholiek
Ik heb hun vaders nog gekend
Ze kochten zoethout voor een cent
Ik zag hun moeders touwtjespringen
Dat dorp van toen, het is voorbij
Dit is al wat er bleef voor mij
Een ansicht en herinneringen

Toen ik langs het tuinpad van m’n vader,
de hoge bomen nog zag staan.
Ik was een kind, hoe kon ik weten
Dat dat voorgoed voorbij zou gaan

Tekst: Friso Wiegersma

 

Steeds als ik in Neede kom, krijg ik weer dat gevoel van “waarom moest het allemaal veranderen”. Zóveel van de herinneringen van vroeger zijn weggevaagd. Veel moois is onder de slopershamer verdwenen. Natuurlijk, de vooruitgang ! Maar met de geest van vandaag was er veel van dat oude bewaard gebleven. Jammer !

The map on the right shows the municipal area of Neede, as it was around 1860 when this map was drawn. The area and it’s boundaries were almost the same as today. Only the size of the village itself has grown (the populations has grown from about 1,500 to 11,000, of which 75% live in the village and 25% in the surrounding area.

Situation

Neede lies in the north-eastern part of the region called “Achterhoek”, which itself is the eastern part of the province of Gelderland, lying east of the river IJssel. The eastern and southern border of the Achterhoek are the national border with Germany.

The size of the municipal area of Neede is about 45 square kilometers (25 square miles). Distances are short: 4 miles north-south and 5 miles west-east. The nearest villages are Eibergen (3 miles), Borculo (4 miles), Haaksbergen (8 miles) and Enschede (15 miles). The city of Enschede is the nearest city, having app. 150,000 inhabitants. It serves the region (including Neede) with medical, educational, public transport and commercial services.

Landscape and Geology

Neede lies on the higher sandy soil of the eastern Netherlands. To the south is some river clay deposits from the small rivers “Berkel” and “Bolksbeek” and to the north from the small rivers “Schipbeek” and “Buurserbeek”.

In the centre of the area is Neede’s Mountain, a hill of about 35 yards above the average surrounding level and some 80 yards above sea level. The origin of this hill is not really certain. For al long time it was supposed to be a left-over ridge from the last ice-age, when the ice mass covered the north half of the country, going south up to the river Rhine. But the hill doesn’t have the ridge shape that other hills have. So there is strong opposition that believes the hill is the last left-over from a fault, a fracture zone in the earths’ crust. In that case it must be very much older and be smoothend by the ice-masses rather then made by them. Anyhow, it is there and it is a landmark in the mostly flat surroundings.

This is a sand and loam pit right on top of Neede’s Mountain, of which there were (and still are) a few. The hill contains large amounts of sand and loam which were taken from the hill to be used as building material (e.g. for roof tiles) and where many findings were done, as mentioned elsewhere on this page. This picture is from before WWII. The color picture below is taken from about the same spot, in 1998. The pits (there are a few seperate pits in the hill) are all covered with forrest and the bottom can hardly be seen from the above ridge. The pits are about 15 – 20 yards deep and a beloved area for nature lovers and geologists

Neede’s Mountain has delivered proof for the hypothesis that the Neede area once was covered by an undeep tropical see with a rich sealife (like sharks and shells). The remainders of that sealife are still here: a lot of shark teeth, shells, and fossile fish etc.

These findings were of such importance that the time period we’re talking about, was first called the “Needien”. It was later renamed to “Holsteinien” because that German area proved to have even more findings of that period. By the way, we’re talking about a time, millions of years ago.

Several of the findings can be seen in the public library of Neede.

The Village and surrounding Hamlets

Neede now has about 11,000 inhabitants, of which 3/4 live in the village itself and the rest in the smaller hamlets and on farms and estates.

There are four main streets:

– Oudestraat (north-south), which is the main shopping street
– Nieuwstraat (west-east), a secondary shopping street
– Borculoseweg (east-west), the main road to the nearby town of Borculo
– Stationsweg/Eibergseweg (west-east), the main road to the nearby village of Eibergen

In the centre of the village is the Dutch Reformed Church. It cannot be missed, as it is the highest building (35 yards, about as high as Neede’s Mountain). Nearby are the former Municipal Office (opposite the street) and the bus station (behind the former Municipal Office).

Around Neede are a few hamlets with a few hundred inhabitants each:

  • Noordijk, north-west of Neede (it used to be larger then the village of Neede until the late 1800’s)
  • Rietmolen, north-east of Neede
  • Lochhuizen, north of Neede (a few houses and farms)
  • Markvelde, in the utmost north of the municipal area

The even smaller former hamlets Kisveld, Hoonte en Ruwenhof are today part of the village area and became quarters.

Economy, Living and Working

Neede has evolved from a small and poor agricultural community to a prosporous village where life is good. It is the service centre for the hamlets, farms and estates around it. But for the better shops (etc.) people go to the nearby towns of Haaksbergen and Enschede.

For its economy Neede depends largely on the surrounding cities and towns. The people are mainly commuters that work in the cities like Enschede, Hengelo and Groenlo. There are some industries left, but the “golden age” of Neede lies way back, and stopped somewhere in the 1970’s, when the large textile factories closed down.

The population lives in comfortable family houses. There is not much growth anymore. After the 1970’s, just a few smaller quarters were built (a few dozen houses). Nowadays it is very difficult to get a piece of land in Neede to build a house on.

Before WWII, there were a few hotels and taverns (bars), because Neede was a railway junction (several lines joined and crossed in Neede) and it had a few large textile factories. But this all stopped in the 1960’s. Hotels and taverns were closed and Neede became a “sleeping” village for commuters, which it basically still is.

Neede has lost it’s independance as a local authority as of January 1, 2005. It joined a larger bond of local authorities, all small towns like Neede, to make a bigger community that can operate more efficient. These villages are: Borculo, Eibergen, Ruurlo and Neede. And the new name for this communal area is Berkelland, called after the small river Berkel that flows through or near all four of the main towns.

The original archives of Neede were also combined with the archives of the other towns and are now in a central place, responsible for keeping the records of all inhabitants of Berkelland. The Neede Historic Society still plays an independant role. And the public library of Neede “De Meijer” still holds exclusively an important collection of publications about Neede.

Population and Politics

The population of Neede mainly descends from an original population of mostly farmers. Those who know anything about family names in the eastern Netherlands, recognizes many of these names and can point them to the farms and estates in and around the village. Many names end with “-ink” or start with “Groot-“, “Klein”, “Jonge-” or “Oude-” (large, small, young and old), which points to the ancient farming traditions for inheritance in which two or more sons inherited a part of their parents farm. The oldest son got the larger part (and were called “Groot-…”) and the second and subsequent sons got the smaller parts (and were after that called “Klein-“, “Jong-“, etc.).

The original population in general can be characterized as “reserved”, “phlegmatic” and “conservative”. It is rather difficult to get to know them and to get them to trust a foreigner. But once “inside”, you’re one of them and they will be your best friends for life. They don’t like trouble and excitement. If something unusual happens, the entire village will know in a few hours. A popular expression is: “Please act normal, then you’re strange enough”. One of the popular jokes about the local dialect is that it does not have a word for “no”. It has, in fact (the word Nee), but the “locals” rather use the less obvious “yes yes” (ja ja, in Dutch), when they mean to say “no”. And if you would ask a local “how he/she is”, you would get the stereotype answer: “oh, all right” (meaning: “fantastic ! great !”).

Neede’s politics have long been dominated by the traditional political parties of social democrats, christian democrats and liberals, like in most of the country. No difference here. But as in many smaller villages and towns, local politicians didn’t have the uncertainty of getting out of office after an election. Percentages would shift by a few points at most, so the politicians were almost certain to be in office for another four years. This changed a bit over the last few years, but I think most politicians have a history of being “in council” for 10, 15 or even 20 – 25 years at row.

Youth and Schools

Neede has been self supporting in both schools and other provisions for the young for many years. Children could (and can) go to local schools up to secondary school level. But after that, they have to travel to a nearby city (like Deventer, Hengelo, Enschede) to visit high school and university.

But there are less and less provisions for spending free time. The teenagers have to go to nearby towns and cities for things like a cinema. The local “Luxor” cinema was closed down during the 1970’s. It is now a popular dancing.

Religion

Belief in a higher power has been the dominant factor in local gouvernment. The Dutch population was ruled by “Church and King”. Which of those two was most important was unclear and of no real relevance. But around 1600 this changed and after that only the King had real power. The churches were forced to get back to their primary task: serving the people with religious and personal support.

Until about 1560, The Netherlands had one religion: the Catholic Church of Rome. Some reformers like Geert Groote, Erasmus, Calvyn and Luther had their influence and this resulted in what we now call the Reformation period, during which the main church gradually became the Dutch Reformed Church. The struggle for freedom against the Spanish King, led by our first “King” William of Orange (Willem I, who in fact was a Prince rather then a King), ended in 1648 with the Peace Pact of Münster. And since then, up to the late 1700’s, the Catholic church was in fact “passé”. It was tolerated though, but only if services weren’t held in public places like churches. In practice the catholic services were held in farmers’ barns and on atticks.

Nowadays, Neede has a “church for everyone”, meaning that every religion has its own place of service. Some of the religious groups even share the same building, or better, join together in oecumenical services where priest and vicar join and preach together.

Industry

Until 1880, there weren’t any industries in Neede. But then in a very short time a few large textile companies arose and brought great prosperaty to the village. Thousands of people worked in those factories. But as local wages became higher, the profit lowered and during the 1960’s and 1970’s many factories had to move their production facilities to Eastern Europe or even to Asia to be able to survive, and the people of Neede had to go and look for another job. It wasn’t easy, but nowadays the people of Neede mainly are commuters. Just a few smaller industries are left.

Farming

Originally, the soil in these areas was poor and needed a lot of manure to get some reasonable crop out of it. Farmers had a harsh life and many went to other places even abroad. But when artificial menure came about, gradually during the first half of the 20th century, many farms grew to todays proportion, which is, on average, big enough to support a family, and more. Most farms are either mixed production (weat, corn, together with cattle etc.) or specialized (pigs, cattle, sheep, chicken).

Recent developments

Nothing is forever. So it is in Neede. Rationalisation of municipal services has it boundaries and several local authorities in The Netherlands have joined to larger communities to keep public service affordable. So it is for Neede and her surrounding villages. The villages (towns) of Borculo, Eibergen, Ruurlo and Neede have joined into one municipal area (one local authority) called “Berkelland”, after the small river “Berkel” that flows through this area. By that move, Neede again will be part of the same community it belonged to hundreds of years ago, when it was part of the “Heerlijkheid Borculo”.

4 gedachten over “Verleden en Heden / Past and Present”

  1. Keurig verslag en overzicht.
    Veel van deze dingen zijn voor mij nog steeds herkenbaar en leven in mijn geheugen.

    Groet,
    Gerrit Reinderink.

    Woont nu in Emmen (Dr)

    1. mh
      wat betreft de kleine kernen van neede heet de kleine noordelijke kern niet MARKVELDE (hoort bij
      DIEPENHEIM) maar het ACHTERVELD met vr gr jan

      1. Mij is niet bekend hoe oud of schrijver is. Zelf ben ik bijna 84jr
        en enkele keren in Neede geweest rond de jaren 1941,42,43.
        Heb bijzondere herinneringen aan het dorp te midden van de
        korenvelden, krenteweggen en reuze roggebroden.
        Mijn vader was werkzaam voor de werkverschaffing en in de Bergweg in de kost. Afkomstig uit den Haag. Als stadsjongetje van toen was het een andere wereld die voor
        mij openging en waaraan ik nog steeds bijzondere gevoelens heb over gehouden.
        Frans van Horssen Hilversum

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Mister Spy Was Here