Neede in (Oude) Foto’s / Neede in (Old) Pictures

Een variant op een thema. In de late zestiger jaren van de 20e eeuw werd een boekje uitgegeven getiteld “Neede in oude ansichten”. Dat boekje is nog steeds te zien in de Needse bibliotheek, en de auteur van deze site is in het gelukkige bezit van een aantal foto’s die in dat boekje staan. Vanwege beperkingen op het publiceren van deze foto’s beperk ik me hieronder tot wat zelf gemaakte foto’s, waar mogelijk de situatie van vroeger en nu naast elkaar. Het is echter slechts een zeer kleine uitsnede uit wat er vroeger en nu was en is. Geen volledig beeld dus. Ik raad daarom iedereen aan om dat boekje met die ansichten eens te bekijken. U zult versteld staan van wat er in de afgelopen eeuw allemaal is verdwenen uit de ooit zo gezellige dorp.

We maken een klein toertje door Zuid-Neede, langs de Eibergseweg en de Stationsweg en beginnen daar waar het dorp aan de Eibergse kant begint: de villa van de geliefde huisarts dr. Van Gellicum. Hij werd oud in deze villa, respectabel oud, maar leefde alleen en werd in zijn laatste jaren bijgestaan door slechts enkele getrouwen. In mijn herinnering was hij de altijd vriendelijke huisarts, die zijn patiënten nog ongevraagd thuis opzocht als hij wist dat er wat aan de hand was … wat dan ook. Want de huisarts van toen was een huisvriend, iemand die meer wist dan de medische problemen van zijn patiënten. Iemand die ook een heel belangrijke sociale functie had in heel het dorp. Dr. Van Gellicum was daarvan hét voorbeeld. Kom daar tegenwoordig eens om. De huisarts is een persoon-op-afstand die slechts “medische diensten” levert. Die persoonlijke aandacht van de huisarts van vroeger is ver te zoeken. Wie nu Neede binnenrijdt vanaf de Eibergse kant zal door wat hij ziet niet beseffen dat Neede ooit een belangrijk spoorweg knooppunt was. Een volwaardig knooppunt in de oostelijke lijnen die een gebied bestreken van Winterswijk in het zuiden tot de Sallandse heuvels in het noorden en van de Duitse grens tot aan Zutphen en Deventer. De spoorlijnen doorkruisten dit gebied nogal fijnmazig en Neede lag lekker centraal in het centrum te profiteren van dat geografische voordeel. Er waren tijden dat het spoorwegverkeer in en door Neede de drijvende kracht was achter veel van de ondernemingen in het dorp. De horeca met name. Deze oude foto geeft een beetje de sfeer weer van die tijden: een oud-Hollands stationnetje met perrons en treinen en reizigers en een koffiehuis … en nog één en nog één. De horeca van Neede was in de eerste helft van de 20e eeuw meer afhankelijk van reizigers dan van de eigen bevolking. De eigen inwoners verfoeiden het wanneer men “naar het café” ging. Dat hoorde niet en was alleen voor de mensen van buiten. De handelsreizigers en de fabrikanten die met de trein overal konden komen … zelfs in Neede. Waar zijn de tijden dat Neede twee volwaardige hotels had, die dreven op het treinverkeer. Nee, wie nu Neede binnenrijdt ziet dit. Een industriegebied met alles erop en eraan. Het oude station verschuilt zich achter de nieuwe panden, alsof het zich schaamt voor zoveel nostalgie. Gelukkig is deze foto niet meer representatief en ziet het er tegenwoordig weer wat beter uit. Maar het oude stationnetje is weg. Al decennia. En daarmee de oude nostalgie van stoom en treinen en kolenstof en rangeren en “bij het spoor werken”. Het oude spooremplacement (hiernaast een oude foto van de spoorwegovergang nabij het station) werd in de jaren vijftig en zestig langzaamaan afgebroken. Mijn jeugd speelde zich in die periode af, en ik herinner me de lange middagen, na schooltijd, waarin we met een aantal kinderen dat terrein betraden alsof het een andere wereld was. Zo dichtbij en zo anders. We speelden langs wat er toen nog resteerde: een enkel spoorlijntje waarover een oude diesel locomotief eenmaal daags van Borculo naar Eibergen reed, en weer terug. Meer was er van al die spoorweg-ambitie niet meer over. Nabij de spoorwegovergang en het station was een tweetal etablissementen. Café’s zo u wilt. Eén bevond zich tegenover het station op de hoek van de Stationsweg en de Wheemestraat. Nu staan er huizen, maar de foto rechts geeft een beeld van Café Remein, zoals dat toen heette. Aan de linkerkant op de foto moet u zich het station voorstellen. Het was omgeven door groen, en niet door parkeerplaatsen, want automobielen waren toen nog schaars en parkeerruimte was nauwelijks nodig. Het andere etablissement bevond zich direct naast het spoor, aan de noordwest-zijde van de overgang en aan de westzijde van de weg Neede-Eibergen. Inmiddels staan daar woningen, maar van dat oude café is er ook nog een foto. Het café staat rechts op die foto. Het had, zoals het hoorde, een veranda, waarop de reizigers konden horen en zien of de trein al was gearriveerd. Je hoorde de trein immers al van ver aankomen, en zodra die in zicht was had men nog tijd genoeg om naar het perron te lopen en in te stappen … zo gehaast als nu was het toen nog niet. En dit is zoals dit hoekje van Neede er nu uit ziet. Het spoorcafé stond op de plaats waar nu het voorste huis staat. Dat café brandde af en werd niet herbouwd. Na de oorlog werd er dit herenhuis gebouwd, lang bewoond door de familie Thijssen, oprichters en eerste eigenaren van Camping Het Klumpke aan de Diepenheimseweg. Mijn oudershuis is het linker huis van de dubbele woning op deze foto. In mijn herinnering was deze plek in Neede de meest ideale om te wonen: het restant van het spoor was aan de achterzijde, er liep nog dagelijks een trein, heen en terug, en binnen vijf minuten was ik, al dan niet samen met Opa, in het Spilbroek, het mooiste stukje Neede dat ik ken. Deze villa aan de Stationsweg heet officieel de “Olthuizermaat”. Lang was het de ambtswoning van burgemeester Ter Braak, die lange magere man die, ietwat afstandelijk, elk jaar op 30 april de kinder aubade afnam vanaf het balkon van het Gemeentehuis. Hij woonde hier, tot hij zijn ambtsketen afdeed en overdroeg aan zijn opvolger, de heer Veenvliet. Het lijkt wel of daarmee ook een tijdperk werd afgesloten en dat Neede vanaf dat moment steeds meer een dorp werd waar de mooie dingen van vroeger uit verdwenen. Niet dat ik Veenvliet en diens opvolgers iets verwijt. In tegendeel, de tijdgeest was hun niet goed gezind en ondanks hun pogingen het dorp Neede te behouden zoals het was, lukt hen dat niet. Het dorp Neede werd steeds meer een speelbal van de nieuwe maatschappij, waarin historisch besef naar de achtergrond verdween. Steeds meer werd dat wat ooit voor de eeuwigheid werd gebouwd vernietigd omdat herstel en restauratie niet loonde. Geld was de oorzaak, niet die burgemeesters. Je hebt buren … en buren. Midden tussen de fabrikanten-villa’s aan de Stationsweg vinden we dit pand. Vergeet de voor-pui, die is in de loop der jaren totaal verbouwd. Denk aan een aantal grote houten laad-deuren en een laadperron van een meter of twee breed, een meter hoog, over de hele breedte van het pand met die vierkante zwarte ramen. U ziet dan in gedachten wat menig Needse boer zijn boerenleven lang zag: de plek waar het graan kon worden gebracht en het veevoer kon worden gehaald. Heel vroeger met paard-en-wagen (ik kan het me nog vaag herinneren … net als de paarde-vlaaien op het asfalt), later met de trekker en aanhanger. Pas toen de fabrieken het veevoer bij de boer aan huis brachten en het daar graan afhaalden, verloor dit gebouw zijn functie en werd het tot wat het nu is: een doe-het-zelf centrum. Rechts was er de winkel van “van alles en nog wat”. Officieel een ijzerwinkel, maar ze verkochten daar ook servies, touw, overalls en klompen en nog duizend-en-één andere dingen. Wat een boer zoal nodig kon hebben. Lekker handig, want terwijl zijn kar werd geladen kon hij snel even de winkel in voor een bos ijzerdraad voor het weiland en een nieuwe koffiekan voor moeders. Die winkel is er trouwens nog steeds. Lang was er ook een benzine-stationnetje op het voorplein gevestigd (OK, wie kent het nog ?), maar dat is allang verdwenen. Ook opgeofferd ten gunste van de goedkopere en grotere tankstations met meer service (hoewel …). In mijn herinnering was deze landbouwbank (of “De Boerenbond” zoals het in de volksmond heette) een favoriet speelterrein. Met fiets, of gewoon te voet, je mocht overal komen als kind, mits je het maar niet te bont maakte. En mits je ver weg bleef van de trein, die dagelijks van de spoorbaan achterlangs, met zijn kont tot onder het linker afdak kwam en dan zijn lading loste. Ik ben menig middag zwart van het kolenstof of wit van de gemalen mais thuisgekomen. Alleen wie in Neede heeft gewoond kende de Needse “fabrikanten”. Ter Wheeme was er daar één van en zeker niet de minste. De familie bezat naast hun grote textielfabriek aan de Wheemestraat ook verschillende woningen, waarvan deze, aan de Stationsweg, mij het meest is bijgebleven. Ze staat er nog overigens; niet alles van vroeger verdwijnt zo maar. Mijn ouderlijk huis was drie huisnummers verderop naar links, richting Eibergen. Ik durf het nu wel te bekennen, ik was best een beetje trots dat wij zo’n villa als “buren” hadden. Deze villa had, zoals de meeste, een grote tuin. Een parkje bijna. En achter deze villa was, zoals achter menig andere, ook een zwembad. Jaloers was ik, dat ’s zomers de Ter Wheeme kinderen konden spetteren in dat zwembad terwijl wij, de “gewonen” van het dorp, het moesten doen met een fietstocht van een half uur naar het onverwarmde zwembad Het Vleer. Raar ook om te bedenken dat zwembad Het Vleer intussen, met behoud van beton, compleet is overwoekerd en is verworden tot een “natuurgebied” terwijl het zwembad achter deze villa er nog wel zal zijn. Aan de overzijde van de Ter Wheemes was, en is er nog steeds, een mysterieus huis. De villa Henrietta heet het officieel, maar het had allerlei bijnamen, waarvan “La Tour”wel de bekendste was. Ik laat u raden waardoor die bijnaam ontstond.  Menigeen, vooral in de zestiger en zeventiger jaren, toen het huis zich verschool in een totaal dichtgegroeid parkje, vroeg zich af wie daar woonde en wat zich er afspeelde. Wat deed die toren daar aan dat huis. En wat kon je allemaal zien als je er bovenop stond. Wie je er ook naar vroeg, niemand wist het precies. Bijna niemand was in die villa geweest. Ook voor mij als “overbuur” was dat zo. Dichtbij en toch op afstand, mysterieus. Kinderen fantaseerde over de kasteelheer en diens vrouw, en over de geheime kamers die zich zeker in die toren zouden bevinden. Inmiddels is het huis gerestaureerd en de tuin opgeknapt, al is er een flink stuk van af gegaan toen achter de villa een klein woon buurtje werd gerealiseerd.  Wie er nu langs rijdt ziet een heel ander beeld. Een huis met een open gezicht dat in niets meer verschilt van de andere villa’s. Of het er mooier op is geworden laat ik aan u, de lezer, over. Ik weet wat ik erbij voel: dat oude mysterie is weg en dat voelt tóch een beetje als een gemis. Ik kan er niets aan doen. Wie nog verder reed door de Stationsweg tot aan de kruising met de Oudestraat en dan omkeek, zag vroeger dit beeld. Links staat de oude schuur waar vroeger slager Van der Liet het vee slachtte. Net niet zichtbaar is de winkel van Van der Liet, klein, met die typische slagersgeur en de eeuwige potten met augurken en uitjes in de vensterbank. Van der Liet, altijd in een besmeurde witte schort, bezig met het draaien van worsten en het malen van vlees tot gehakt. Het was de winkel waar je als kind  altijd een stukje worst kreeg. Mijn lagere school lag er recht tegenover en in de schoolpauzes keek je naar die slagerij en naar het drukke verkeer dat door de bocht raasde, van Stationsweg naar Oudestraat … en terug. Nu is daar weinig meer van over. Kijk op deze foto met me mee vanaf dat schoolplein, nu in de richting van de Oudestraat. Rechts ziet u die winkel van Van der Liet. Na de slager kwam er een antiquair in. Aan de linkerkant was lang de bakkerswinkel van Dingeldein. Ook lekker om daar heen te gaan. Die geur van versgebakken brood, en altijd een koekje voor je wegging. Hoe saai kan het zijn … er was geen emplooi meer voor de bakkerij, wel voor een administratiekantoor. En nu is het een woning. Eén van de vele aan deze Oudestraat. Waar vroeger winkel na winkel was, hebben de winkels plaatsgemaakt voor de eeuwige honger naar woonruimte. Wie nu door de Oudestraat loopt ziet dat beeld. Het is onmiskenbaar: Neede is niet meer wat het vroeger was. De middenstand is aan het verdwijnen. Wie loopt er nog, zoals vroeger, voor de gezelligheid door de Oudestraat op en neer.

A variance on a theme. In the late sixties of the 20th century a book was published titled “Neede in old postcards”. That book is still available in the local library of Neede and the author of this site has some copies of pictures that appear in that book. Because of publish limitations I limit myself to publishing of own material, where possible with old ane current situation side by side. It is however a very small selection. No complete picture. So I would stimulate everybody, whenever possible, to go to that library and have a look in that book. You wil be surprised of what has disappeared during the second half of the 20th century. U zult versteld staan van wat er in de afgelopen eeuw allemaal is verdwenen uit de ooit zo gezellige dorp.

We make a little tour through the south part of Neede, along the “Eibergseweg” and the “Stationsweg” and start on the edge of the village, at the villa of the beloved MD, dr. Van Gellicum. He became old in this villa, respectably old, but lived alone and was assisted in his last years by just a few close friends. In my memory he ws the always friendly doctor that visited his patients at home when he knew there was something going on … whatever. The docters back then were also a close friend of the family, someone who knew a lot more about them then their medical history. Someone who had a very important social role in the village. Dr. Van Gellicum was one of those “old style” MD’s. How different is this nowadays: the MD is someone you visit at the medical centre and, best case, knows your name.

Who now enters Neede from the south-east would not know that Neede once was an important railway junction. A full blown junction with lines in all directions and to the bigger cities. The railways crossed the eastern regions in a fine grained network and Neede was, comfortably, in the middle. There were times when the railway traffic drove the village’s economy. The cafés, restaurants and hotels lived more or less on this railway network. This old picture paints the atmosphere of those old times: a typical Old-Dutch railway station with all the scenery that goes with it. De catering industry of Neede was more dependant on the railway then on the own population of Neede. Where are the times that Neede had three full size hotels !

Who enters Neede nowadays sees this. An industrial area including all that goes with it. The old station hides behind new buildings as if it is ashamed for so many nostalgy. The good news is that this picture is not representative now; this specific street has been cleaned from all that chaos. But the old station is long gone .. for decades already. And with that the old nostalgy of steam, trains and cole dust and “work for the railways”. The old railway manoeuvering region  (in this picture) was gradually removed during the fifties and secties of the 20th century. I spent my childhood there and remember the long afternoons playing in that area as if we were in another world. So close and yet so different. There was not much left of this picture in my younger days: just one line on which an old diesel locomotive pulled some wagons twice a day. More of the old railway ambition wasn’t left.

Close to the railway station were two so called “railway cafés”, small pubs with a veranda or terrace that serviced the waiting travellers until their train arrived. They have been long gone and now there are family houses.

The waiting passengers could here the train coming from far and then … life wasn’t that hasty as nowadays.

This is how it looks today. One the those cafes stood where the house on the left is now. That cafe burnt down and wasn’t rebuilt. After WW2 that house was built on the spot. My elderly home is the one next to it (the left of the double house. In my memory this small area of Neede was the best place to live. The remains of the railroad were almost in our back yard, there was a train passing by twice a day and within five minutes, alone or together with my grandpa, I was in the Splbroek area, the nicest piece of Neede I know, with all that unspoiled nature.

This villa at the “Stationsweg”is officially called “Olthuizermaat”. For long it was the residence of mayor Ter Braak, the long slender man that was always somewhat on a distance.  He lived here until he retired and his succesor, mr Veenvliet, took over. And with that an era ended. And started the period in which Neede ggradually lost all of its old historic things. The station was one of them, but a lot more was torn down. Not that I blame Veenvliet, or his succesors. No, it were the spirt of the times that were responsible for all this demolition of history. The village of Neede more and more became at the mercy of the new era in which historic concern vanished. More and more everything that seemed to be built for eternity was torn down instead of trying to restaurate and reuse it. The main cause: money, not the mayors.

There are neighbors and neighbors. Between  large and luxury villas along the Stationsweg there is this. Igonre te front side on this picture; that is something from  the last twenty or so years. Think of a building with large front doors where farmers could load and unload their farm wagons. Then you see what many of Needes farmers saw their whole life: the place to deliver their crop and where they could by the food for their cattle. Not until the factories delivered “on the spot” on the farms this building lost its function. It became what it is now: a DIY centre. To the right was a hardware store. One such typical stores where the farmer could buy what he needed: from barbed wire to a new coffee pot. In my memory this building was my favourit playing ground. We children were allowed to play almost everywhere. “Just keep away from the trains” they said. I came home many times covered in cole dust.

Only who lived in Neede knows the “textile tycoons of Neede”. Ter Wheeme was one of them and for sure one of the richest. The family owned a large textile factory and some of these villa’s. This one was almost our neighbor and is still there. I confess to be proud being a neighbor of such a villa. This villa, like many others, had a large garden, almost a park. And behind this one was a swimming pool. I was jealous that the Ter Wheeme children could play in that pool while we “ordinary people” had to bike for half an hour in an unheated dirty crowded pool somewhere at the other side of the village. Funny also to know that this public swimming pool has been given back to nature years ago, where the Ter Wheeme pool still exists.

At the opposite side of the street was, and still is, one of the mistery houses of Neede. This villa is called “Henrietta” but has a number of nick names of whith “La Tour” (The Tower) was best known. I let you guess why that nick name was used. In the fifties ans sixties of the 20th century this villa was covered in green and was hidden in a garden of trees and bushes. It could hardly be seen from the street. Many people wondered what took place in this villa, and specially in that tower. Whoever you asked, no one knew. Also for me, as a neighbor, this house was all mistery and a bit creapy to walk by at night. Children phantasized about the castle and the people living there and what would be in that tower, and how many secret chambers there were. The house is resturated now and lost a large pieve of its back garden to a new village quarter.  Who drives along now sees a complete new picture. An open house, visibal from the street that breethes friendlyness instead of fear. If it is nicer now, I woudn’t know. I miss that mistery. Can’t help it.

Who drove the whole length of the Stationsweg untio the corner with Oudestraat and looked back, saw this. To the left the barns of butcher Van der Liet. His shop is just a few yards left of this picture, around the corner. I still see Van der Liet with his dirty white overall, covered with blood in his shop behind the desk. It was the shp were, as a child, you always got some snack when leaving. The primary school I visted for six years is just opposite that shop, to the right of this picture. During breaks we stood at the gate, watching the traffic on this busy road. Not much is left of this. The last picutre in this page shows how it look snow. It was taken from the school yard … which is already gone also by the way. The Van der Liet shop is on the right. Opposite was the bakery shop of Dingeldein. The smell of fresh baken bread and pasteries. And always a cooky when leaving the shop. How dull can it be … these are just family houses nowadays. Two of many in Oudestraat. The many shops of then are more and more replaced by family houses. Who drives through Oudestraat sees the decline. Neede is not the heart of the region as it was fifty, eighty years ago. It is inevitable: Neede will gradually loose all of its history and nice atmosphere.

3 gedachten over “Neede in (Oude) Foto’s / Neede in (Old) Pictures”

  1. De juiste naam is Café Remijn, met lange ij dus. Ik heb onlangs met Meindert Remijn (81) hierover gesproken die nu woonachtig is in Diepenheim. De brand was is in 1938. Als kind van 5 jaar kon hij nog levendig herinneren dat hij in veiligheid werd gebracht in een pand ernaast, terwijl zijn ouders nog een piano probeerden te redden uit het brandende pand. Hij schreeuwde nog toe om zich uit de voeten te maken toen hij de brandende balken naar beneden zag komen. Als u zijn contactgegevens wilt om hierover zijn verhalen te horen en foto’s te zien die hij nog in zijn bezit heeft kunt u mij mailen.

  2. Ik ben op zoek naar gegevens van Meindert Remijn en zijn vrouw Cornelia Femmina Helsloot omdat ik voor hun zoon die binnenkort jarig is een stamboom te maken. Adrianus (Aad) Remijn, geboren op 26-10-1956 te Amsterdam

    Ik zou graag de volgende gegevens proberen te bemachtigen:

    de geboortepaats en datum van zijn ouders
    trouwdatum van zijn ouders
    foto’s van zijn ouders en verhalen over vroeger met foto’s

    Met vriendelijke groet,
    Miranda Mollers

    Ik ben een goede vriendin van Aad Remijn (zijn Zoon) en Mieke Remijn-Trap

    1. Helaas beschik ik niet over genealogische gegevens van personen met de achternaam Remijn. De website vermeldt wel een café Remijn, maar verder dan die vermelding kom ik helaas niet.

      Met vriendelijke groet
      Gerard Mengerink

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Mister Spy Was Here