Serieus Toeval / Serious Coincidences

Het is waar dat genealogie soms meer lijkt op justitieel of notarieel speurwerk met een grote dosis geluk, dan op serieus onderzoek. Het gaat er meestal heel doelgericht, maar soms ook totaal toevallig aan toe. Genealogie hangt van feiten en toevalligheden aan elkaar en die twee komen elkaar op de gekste plaatsen tegen. Gelukkig is het feitenaandeel groot genoeg om het geheel nog voldoende serieus te kunnen nemen. Maar soms ontkom je er niet aan om op basis van een vermoeden of een toevalligheid je onderzoek te vervolgen. De archieven van de overheid zijn namelijk niet altijd in staat gebleken om het levenspad van al onze medelanders perfect te volgen en te registreren. Dat geldt zeker voor de periode vóór 1811. En daar komt nog bij dat ook wijzelf en onze voorouders niet altijd even zorgvuldig onze sporen hebben achtergelaten. Het lijkt wel eens alsof de overheid alom ziende en wetende is. Ons “Big Brother” gevoel wordt naar ons idee meer en meer realiteit. Maar wie de genealogie serieus oppakt, zal ontdekken dat dit tot op de dag van vandaag geenszins waar is. Wie echt wíl verdwijnen, zal kúnnen verdwijnen !

Maar dat veranderde volledig in 1811.  De Fransen (onder Napoleon Bonaparte) bezetten ons land in 1795 en er bleven tot Napoleon in 1813 definitief werd verslagen. In 1811 introduceerden de Fransen een complete nieuwe wetgeving die tot doel had om de bevolkingsadministratie geheel over te nemen van de kerken. Na aanvankelijke aarzeling en aanloopproblemen, deden de dorpse en stedelijke overheden met enorm fanatisme wat de kerken altijd als bijzaak hadden beschouwd. Geen nieuw geborene, geen huwelijk geen overlijden bleef ongeregistreerd.

En daarbij komen nog eens de volgende handicaps:

  • Achternamen die door een familiehistorie heen zo maar veranderen; patroniemen; “familienamen” die zijn gebaseerd op boerderijnamen, bijnamen , fouten in de registraties die je op een dwaalspoor brengen …
  • Oude handschriften die je soms tot wanhoop drijven (“wat staat dáár nu in ’s hemelsnaam ?”); er zijn zelfs speciale cursussen voor in het leven geroepen
  • Registers die gaten bevatten (vaak ontbreken maanden, maar soms ook hele jaargangen, tot tientallen jaren op rij); als je pech hebt, zoals bijvoorbeeld veel Enschedeërs, dan zijn alle oude archieven ooit verloren gegaan bij een stadsbrand
  • Reizen van archief naar archief … en elk archief heeft zo zijn eigen specifieke eigenaardigheden, indeling, bezoektijden, voorzieningen en huisregels
  • Niet alle registratiemethoden waren destijds uniform en even volledig; Nederland werd vroeger heel erg fragmentarisch bestuurd; je hebt als genealoog vaak te maken met de persoonlijke ideeën en voorkeuren van mensen, bestuurders, die lang geleden leefden

Daarom kan de genealoog soms niet anders dan op basis van een aanname tewerk gaan. Die aannames zijn soms op niets méér dan intuïtie gebaseerd, een ingeving op basis waarvan je het spoor weer terug hoopt te vinden. Meestal is het ijdele hoop. Maar soms heb je geluk en vind je iets dat leidt tot meer … en meer. Ik heb in mijn voorbije genealogische jaren menig krantenknipsel bewaard omdat ik er een aanknopingspunt in vond. Of omdat ik dacht: “wie weet komt het ooit nog eens van pas”. En soms kreeg ik een e-mail-met-bijlage uit onverwachte hoek, waardoor ik ineens een hele tak van een kwartierstaat kon invullen.

Veel geluk dus. Maar het serieuze werk vormt toch de hoofdmoot. En dat betekent dat je als genealoog dagenlang op Internet en in archieven zit te zoeken, tientallen namen en datums noteert, en even zovele verwijzingen naar documenten. En dan naar de kasten met de documenten, of met de afschriften daarvan op microfiche. Turen op een nauwelijks leesbaar beeldschermpje naar de nauwelijks leesbare letters en cijfers. Worstelen met het apparaat omdat de microfilm er weer eens niet goed doorheen loopt. Hopen dat je inderdaad die éne voornaam of dat jaartal goed hebt gelezen. En dan kom je er in het archief in Assen achter dat de vader van iemand uit Zwolle kwam. Dus naar het archief in Zwolle … om daar te ontdekken dat er wel de gegevens van de Provincie Overijssel liggen, maar dat de Gemeente Zwolle er een eigen archief op na houdt. Of dat een dorp vroeger bij een andere provincie behoorde. Weer in de auto, zoeken naar het adres … en erachter komen dat ze die dag alleen ’s ochtends open zijn. Enfin, ik heb menig keer tot tien moeten tellen …

Gelukkig kan veel (basis)onderzoek tegenwoordig op Internet plaatsvinden. Veel archieven zijn al ontsloten en publiceren gegevens op het Internet. Er is het onvolprezen GenLias, hoewel notoir traag, een uitstekende bron van ontzettend veel basisinformatie. En er zijn streken waarvan de transcripties van de DTB boeken langzaamaan ook op Internet verschijnen. Voor de Achterhoek, mijn voornaamste jachtterrein, is dat voor een heel groot deel al het geval. Maar naar het archief gaan is toch het leuke van de hobby. Andere genealogen ontmoeten en een praatje maken. Leren van elkaar. En soms moet je wel, omdat alleen daar het antwoord op die brandende vraag te vinden is.

Er zijn altijd collega-genealogen die al veel langer bezig zijn, of de materie al van een andere kant hebben bekeken. Vaak kom je tot de ontdekking dat iemand anders een hele familietak al heeft uitgezocht. In goed overleg neem je dan die gegevens over en voegt ze toe aan de verzameling. “Hartelijk dank voor uw gegevens en tot ziens !” Dienst en wederdienst is het vaak. Ik denk dat er weinig hobby’s zijn waarbij in zo’n grote mate belangeloos informatie wordt uitgewisseld. De genealogie leeft van dit fenomeen. Zónder die uitwisseling zou er nauwelijks iets tot stand komen omdat iedereen dan zélf álles moet vinden. Een schier onmogelijke zaak. En … twee weten meer dan één.

Gelukkig beschik ik over een flinke dosis geduld (als ik mijn opvoeding door mijn ouders in het kort moet kenschetsen, dan is het wel dat ze me dát hebben bijgebracht: “alles op zijn tijd”). Verder is het verzamelen en ordenen van de gegevens geen moeilijk werk, maar wel erg leuk en leerzaam. Door het combineren van de genealogie met onderzoek naar de geschiedenis van land en streek komt er ook een indruk van hun leefomstandigheden bij. Dat brengt je tot het besef dat ook de mensen die tóen leefden van vlees en bloed waren; ze gaan écht voor je leven. Wat dat betreft is het TELEAC programma Verre Verwanten een gouden greep. De keuze van de programmamakers om familiegeschiedenis te combineren met algemene geschiedenis, en verhalen van toen over het dagelijkse leven is perfect en brengt genealogie tot leven. Niet voor niets stijgt het aantal actieve genealogen dramatisch.

Het werk van een genealoog is nooit af. Altijd is er wel ergens een nog niet complete familietak, een nieuw document, een nieuw raadsel of een nog niet bezocht archief waardoor je weer in actie komt. En altijd is er wel die collega-genealoog die door het stellen van een vraag weer een nieuw licht werpt op iets ogenschijnlijk onbelangrijks.It is true that genealogical research sometimes is more like legal investigations with a large percentage of good luck, then serious research. Genealogic research is a combination of seriously planned work and coincidences. Lucky enough, the planned part is the biggest, but without the luck I wouldn’t be liking it so much.

Archives in The Netherlands, at least until 1811, were unorganized to say the least. There was no such thing as a central administration of the population. Churches did all the work and there were lots of different systems for registration that didn’t relate to each other. Added to that, the registrants themselves were not as concious about doing a good job as one might believe. Often a priest or vicar left the administrative work to pile up for weeks, even months. And more often he left that work to his assistants who hardly could read and write. Our current “Big Brother” feeling seems to be of later times. If one wanted to disappear, it was very easy, certainly until 1811.

But from 1811 on, times changed quickly. The French (under Napoleon Bonaparte) occupied The Netherlands in 1795, and stayed there until 1813. Two years later Napoleon was defeated at Waterloo. After 1813, the first King of Orange of modern times ruled over our Low Lands. But during that French Era of about 18 years, the French left us with a much better system for gouvernamental administration. This ended up in the year 1811 by introducing a brand new legislation that ordered public governments of towns and cities to take over the peoples administration entirely from the churches. And they did it with great care. One might say that since 1811 no new born baby, no mariage and no death was “left out of sight” and unregistered.

The average Dutch genealogist typically runs into a few problems:

  • Family names that changed over time, being based on farm and estate names , and on patronyms, rather than on inherited family names
  • Ancient handwriting styles that can hardly be decifered and contain all forgotton words and terms; you’ll need a special course to get some understanding of them
  • Time holes in registrations, sometimes months or even years; there are a few holes that span dozens of years; city fires and water floods contributed a lot to this
  • Travelling from archive to archive; The Netherlands doesn’t have a central genealogic archive, all is organized per Province and some cities have their own archives; and all archives have their special do’s and don’ts, visiting hours, research agenda, etc.
  • Not all methods of registration were that complete as in our days; often for a birth just the first names of parents and child were noted, along with the date of birth

That is why a genealogist often has to rely on assumptions, sometimes even pure intuition. Mostly this leads to nothing, but here is where luck comes in. Coincendeces if you will. And the habit of preserving every piece of paper, every newspaper announcement and every little bit of anything that might be of importance … or not. I often grabbed back into my memory thinking “were did I read earlier about this person”, ending up digging for hours in a box with “miscellaneous stuff” .

If I had to give the BIG hint to any newcomer in genealogy: preserve and archive everything and don’t ask yourself the question IF it might be of interest, just WHEN. Do not throw away anything. Not even the simple notes you take when you are in some archive.

Luckily a lot of research can be done on the Internet these days. All Dutch archives have a website, some are great, some are lousy. And there is the perfect system of Genlias, containing all communal documents starting in1811 end ending far into the 20th century. In some regions of our country, genealogy societies have made transcriptions of older documents, specially the baptise, marriage and death books that started somewhere around 1600 and were kept at least until 1811.  These are a perfect resource for starters and beyond. But somewhere in time you have to visit the real thing in the archives. The real documents. And that takes time, and time, and time.

Co-genealogists are as important as what I said just now. Use the stuff you get from others, more then anything else, but ask their permission if possible. Many times I crossed the path of some other genealogist telling a story about something, or giving some papers that seemed to be of no relevance. To recognize that months even years later as THE most important clue to a new set of facts. Become friends with those who do the same thing.

The work of a genealogist is never finished. There is always that remote family branche to sort out, that little archive in town X or Y you didn’t visit yet, that pile of documents that should be read one day. This is what keeps me going and what is giving me that strange feeling there is always something new to discover. Curiosity is the mother of every genealogist.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Mister Spy Was Here