Tijdperken / Eras

Het maakt nogal wat uit of je zit te spitten in de gegevens van de 19e en 20e eeuw, of in die van de 18e eeuw en daarvoor. De Napoleontische Fransen hebben tijdens hun bezetting van de lage landen (1795 tot 1813) niet veel goeds gedaan, maar één ding wisten ze ons kaaskoppen en aardappeleters wél bij te brengen: hoe je een fatsoenlijke burgeradministratie moet opzetten. Vóór 1811 waren het de kerken die, elk op hun eigen min of meer serieuze manier, de belangrijkste feiten registreerden. Dat kon ook, omdat destijds iedereen bij een kerk hoorde. Het woord onkerkelijk was zoiets als onbestaanbaar, laat staan dat je ernaar leefde. Vanaf 1811 – maar niet elke gemeente voldeed al direct aan alle eisen – moesten de nieuw aangestelde kantonale en gemeentelijke overheden alle burgerlijke registraties uitvoeren, los van de kerken. De kerken bleven uiteraard hun registers bijhouden, al was menig dominee of pastoor geneigd om het dan maar z’n beloop te laten (“… ze hebben ons niet meer nodig, dus waarom zou ik …”). Maar de gemeenten moesten werken volgens de eisen van de Franse regering onder Koning Lodewijk Napoleon (de broer van Napoleon himself).

Helaas waren de kerken, ook in hun glorietijden, niet almachtig. Enerzijds kenden zij hun duistere historie. Er zijn bijvoorbeeld nauwelijks kerkregisters bewaard van vóór de 80-jarige oorlog, dus van vóór ca. 1600; men vond het vóór die tijd eenvoudig niet nodig om de gegevens van de eenvoudige boer of burger te registreren. Het lijkt wel of hun leven de prijs van de inkt en het papier niet waard waren. Anderzijds waren er in de loop der eeuwen veel gebeurtenissen waardoor registers verloren gingen. Denk maar eens aan de 80-jarige oorlog, waarin menig beleg van een stad uiteindelijk resulteerde in branden en plunderingen. En denk aan de stadsbranden, die vaker voorkwamen dan je zou denken. Er is in Nederland bijna geen stad waar nooit een grote alles verwoestende brand is geweest. Sommige zijn zelfs meermalen totaal verwoest. Helaas gingen daarbij vaak ook de registers verloren die in de kerken werden bewaard. Sommige kerkbesturen trachten het verlies van registers te voorkomen door een kopie op een andere plaats te bewaren, maar ja, men bouwde veel met hout en als een halve stad afbrandt …

Voor wie het geluk heeft af te stammen van een adellijk geslacht, zijn er veel meer bronnen, ook heel oude, beschikbaar. Men kan daarbij soms terug tot de 15e of 14e eeuw (de late middeleeuwen), of zelfs nóg verder. En er is dat fabeltje dat zegt dat menig Nederlander van origine afstamt van Karel de Grote, die leefde rond 800 AD.

Oude geslachten hebben bijna allemaal een familiewapen dat officieel is geregistreerd. Maar stamt men af van eenvoudige boeren of burgers, tot en met de beter gesitueerde middenstand, dan is er een vrij harde grens rond het jaartal 1640, waar het vinden abrupt overgaat in speculatie … en waarin het zoekproces uit noodzaak vanzelf stopt. Nederlandse stambomen gaan daarom voor het overgrote deel niet verder terug dan 1650, met een beetje geluk 1600, en soms tot 1550 of 1500. Slechts een klein percentage van de afstammingslijnen kan verder terug in de tijd worden gevolgd, omdat ze zijn geregistreerd in de zogenaamde adelsboeken, in handelsregisters, oorkonden en allerlei andere bronnen die niet direct voor de persoonsregistratie dienden. Het is daarin ook vrijwel onmogelijk om concrete feiten als de data van geboorte en overlijden, partnernamen e.d. te vinden. Hier krijgt het toeval wel een heel groot aandeel !

Soms kunnen oude documenten en kronieken uitkomst bieden. Een voorbeeld zijn de poorterboeken, waarin de komst en het vertrek van (nieuwe) stadsburgers werd geregistreerd. En er zijn de “handelsregisters” van de gilden, de oude contracten en de notariële stukken. Soms staan daarin aanwijzingen waaruit de herkomst van voorouders of familienaam kan worden afgeleid. Soms kun je dan in zo’n stad alsnog verder terug in de tijd. Soms … maar dan is het geluk van de genealoog wel érg ver opgerekt.

Kortom, het is verbazingwekkend hoevéél er nog bewaard is gebleven en wat we nog kunnen achterhalen. Bijna elke in Nederland geboren en getogen burger kan zijn familiehistorie tot in de 17e eeuw herleiden. Soms met wat moeite, maar altijd is er wel een aanknopingspunt waardoor je weer wat meer te weten komt.It makes a difference if you do research about the 19th or 20th century, compared to the eras before 1811. The French didn’t do much good out here, when they occupied Holland, but for one thing: leaving us “cheese-heads” and “potato-eaters” with a perfect system for administering the population. Before 1811 it were the Churches that did this job, for better or for worse. After 1811 the people administration became the task of the local governments, leaving the Churches with just the cerimonial tasks. The Churches still register of course, but pure for internal reasons.

Unfortunately, in the ages before 1811, the Churches didn’t have that much quality of services as one might expect. Administration meant: keeping books (the so called churchbooks) of births (baptises), mariages and deaths (burials), and of people coming to and leaving town (member administration). But the Churches also have their Dark Ages. There are, for instance, almost no churchbooks from before 1600. And within the period of about 200 years between 1600 and 1800, many books disappeared because of water floods and city fires (almost every town and city had at least one, often many great fires that burned down everything within that city, all administrations included). Priests and vicars sometimes used backup system (how modern are we anyway ?) by writing down everything twice and keeping the second book in a safe place, but well, if everything in a city is made of wood, and streets are about 2 yards wide, and some baker’s oven gets overheated, well then … !

For those that are so lucky to have noble ancestors (like Dukes, Counts, Earls) might get further back in time then the average Dutchman. He or she might find ancestral data that goes back to the Middle Ages (1500, 1400 or even before that). There is this saying that every other Dutchman is a descendant of Emperor Charles the Great who lived around 800 AD and who founded the stately and gouvernemental structures we still know today. Don’t believe it. It might be anyone else who lived back then of whom you are a descendant. Just a matter of statistics ! Fact is that 90% and more of our population, ever, is related somehow, somewhere back in time to eachother. So almost everyone has  noble ancesters but this doesn’t enable us to get further back in time then around 1600 because those older family relations are not in books. The average Dutch family tree isn’t reproducable before 1600.

Added to that, the lifes of people living in those ages before let’s say 1800 weren’t that valuable. People didn’t live to get 80, like now, but the average age of dying was at 45 or 50. Every 3rd of 4th baby didn’t make it until his/her first birthday. Babies weren’t baptised until there was some certainty they were strong enough. The cost of baptising, a few Guilders, were very high, so the fathers waited a few days, even weeks before having the child registered (baptising and registering were one thing; before being baptised, the baby formally didn’t exist !). So I’m sure there were many children born without us ever knowing they existed.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Mister Spy Was Here