Naamsbeschrijving / Name explanation

… volgens Hekket (1)

“Variant: Oldemenger; Klein-Mengerink. Erven bij Neede: in 1298 – 1304 komt de naam Mengerinc hier voor. Vierakker, Warnsveld: in 1338 komt hier de naam Mengerinck voor. Baak, Steenderen: in 1424 komt hier de naam Mengerinck voor, alsmede een vermelding van de naam Bernt Mengerynck, als “burger van Zutphen”. In Exel, bij Laren stond in 1494 het erve “Mengersguet”.

Over de oostgrens vinden we ook enkele vermeldingen. Bij Warburg ligt Mengersen, van zeer oude datum, want in de jaren 963-1037 is de plaats al bekend als Mangereshusen (tegenwoordig zien we de familienaam Mengeringhausen). Dit is de voornaam Manger, waarvan Menger door de “duitse” umlaut is ontstaan: Mänger werd Menger.

In het “verpondingscohier 1650” van Neede vinden we de volgende vermelding: “Erve Mengerinck” (Buurtschap Hoonte).

De voornaam “Menger”, variant van Mangar, afgeleid van de “mana”, “man” en “gairu”, het Oudsaksische “geer” dat “speer” betekende en dat we nu nog kennen als als aanduiding van een spits toelopend stuk land. De familienaam Manger is hiervan afgeleid.

De naam “Menger” kan ook worden verklaard door te verwijzen naar het oud-Engelse woord voor koopman (Monger). Dit woord is hedentendage nog terug te vinden in familienamen als Hengstemenger. In het Engels vinden we deze benaming terug in woorden als “ironmonger” (ijzerkoopman) en “costermonger” (groentenkoopman).”

Voor de naam Mengerink m.b.t. de vermelde erven houdt Hekket het echter op “Mangar”. Hij geeft als voorbeeld de plaatsnaam Mangertonin, Graafschap Dorset, Engeland, dat in 1207 vermeld werd. De naam wordt verklaart als “mangera tun”, hetgeen “town” of “nederzetting” van kooplieden betekent. (Noot auteur: Bedenk dat een engelssprekend persoon het woord Mangar zal uitspreken als Mænger (spreek uit: Menger)).

(ingekorte versie; de complete versie bevat nog meer voorbeelden van de Manger/Monger/Menger vertaling, o.a. in Friesland en Zeeland)

… volgens Ebeling (2)

Een onderbouwing voor de gedachten van Hekket geeft Ebeling in zijn werk over voor- en familienamen in Nederland (2). Hij verwijst op pagina 140 naar de namen Honremenger (Maastricht 1399/1400), Hengstmanger en Oldenmenger. Hij legt de nadruk op de herkomst van de naam vanuit de beroepsbenaming. Hij schrijft: “… waar namen op uitgestorven, verouderde, van betekenis veranderde of dialectische beroepsaanduidingen berusten.”

Een verklaring van de uitgang “-ink” kan ook in het werk van Ebeling worden gevonden (pagina 93 e.v., waar hij uitleg geeft over zgn. afstammingsnamen). Vrij vertaald leer ik uit zijn werk dat de uitgangen -ing en -ink, met een groot aantal varianten, duiden op een herkomst- of afstammings-aanduiding. Hiervan bestaan weer enkele subvarianten, zoals afstammingsnamen met een beroep in de stam (Mullink, afgeleid van Mulder, molenaar) en die met een voornaam (hetgeen beide voor de naam Mengerink het geval zou kunnen zijn).

… en volgens mij

Ik houd het er op dat beider verklaringen tesamen een plausibele verklaring voor de herkomst van de naam Mengerink, met alle varianten, vormen. Wie ben ik om eraan te twijfelen. Wel maak ik de kanttekening dat zowel de verklaring vanuit de voornaam Menger, als die waarbij Menger wordt verklaard door “handelaar” op één en dezelfde herkomst kunnen wijzen.

Het is niet onwaarschijnlijk dat de voornaam Menger in oude tijden min of meer de betekenis van “handelaar” had. Ik bedoel het volgende. Mensen werden in vroege tijden gemeenlijk met één naam, nu aangeduid als de voornaam, aangesproken. Als dat niet duidelijk genoeg was, voegde men daar meestal een beroepsaanduiding of een plaatsaanduiding (ook: boederijnaam) aan toe. Het is mogelijk dat een beroepsaanduiding op deze wijze langzamerhand, over honderden jaren, is verworden tot een voornaam, en van daaruit tot geslachtsnaam.

De naam Mengerink kan, los van de exacte herkomst, dus worden verklaard door de naam in twee delen te splitsen: het eerste deel “Menger”, hetgeen naar een zeer oude voornaam en/of naar het beroep “handelaar” terug verwijst, en de uitgang “ink”, welke verwijst naar “afkomstig van”. Zowel de invloed van oud-Germaanse en Keltische woorden en namen, als de beroepsaanduiding zullen hun invloed wel op de naam Mengerink hebben gehad. Van oorsprong (wellicht 1000 AD en eerder) zal de naam Menger uit het toenmalige naam- en taalgebruik zijn ontstaan, als voornaam, en/of als beroepsnaam voor koopman of handelaar. Een gevestigde boer zal die naam (Menger e.v.) aan zijn erve hebben gegeven en zodoende de oudste opgetekende vermeldingen van Mengerink (e.v.) verklaren.

Het is verleidelijk om de boederij De Menger die tot eind 50-er jaren van de 20e eeuw in Noordijk bij Neede stond te beschouwen als een bron van de naam Mengerink (zoiets als “van de Menger”). Maar er zijn tot heden geen concrete aanwijzingen gevonden dat dit het geval is geweest. Er was ooit ook een erve Mengerink in de Hoonte bij Neede (daarmee werd bedoeld het gebied ten zuidoosten van het dorp, gelegen tussen Spilbroek en Haarlo).

Contacten van de bevolking van de “lage landen” met bevolkingsgroepen van elders in de periode tot aan de vroege Middeleeuwen (dus tot ca. 800 AD, de tijd van Karel de Grote en het begin van de kersteningen) zorgden ervoor dat vele woorden en uitdrukkingen door zowel Germanen als andere bevolkingsgroepen (stammen) werden gebruikt. Debet daaraan waren de grote volksverhuizingen in die periode. In latere tijden (800 – 1200 AD, de vroege Middeleeuwen) zal de beroepsnaam Menger (Mangar) wellicht steeds meer de oud-Germaanse of Keltische betekenis van een beroep hebben verlaten en werd het steeds meer een voornaam of zelfs al een geslachtsnaam.

Ik veronderstel, maar dat is uiteraard giswerk, dat de naam Menger of Manger of Mangar in de tijden van voor 1200 AD vanwege de toenmalige handelswegen en betrekkingen in zowel oud-Engels als oud-Nederlands een vergelijkbare betekenis had (die van “handelaar” of “koopman”). Bedenk dat in de periode daaraan voorafgaand (dus tot ca. 1000 AD) de verschillende van oorsprong Germaanse en Keltische bevolkingsgroepen met hun specifieke talen en gebruiken nog steeds een grote invloed hadden in heel Noord- en West Europa en op de Britse Eilanden. Wel kreeg uiteindelijk de van oorsprong Germaanse cultuur, doch in gekerstende vorm, de meeste invloed in onze streken. Rond 800 AD regeerde Karel de Grote (van Keltische afkomst) over grote delen van West-Europa. Zijn politiek van kerstening had ook invloed op onder meer de naamgeving. Die invloed was in de zuidelijke Nederlanden (het huidige België), alsmede in Duitsland en Frankrijk veel groter dan in onze lage landen. Veel was hier toen nog niet te halen voor een ambitieuze koning en dat had tot gevolg dat de kerstening hier, benoorden de grote rivieren, wat later op gang kwam, zo vanaf 850 AD. Pas vanaf 1000 AD kan men spreken van een volledig gekerstende bevolking boven de grote rivieren. En daarmee bleef ook de Germaanse invloed op namen tot laat in de middeleeuwen bestaan.

Bedenk dat in die hele vroege periode (de pre-Carolingische periode van vóór 800 AD) ook de zgn. Grote Volksverhuizingen waren. De maatschapij van toen, voor zover je daarvan kunt spreken, was een stammenmaatschappij. Grondstoffen en landbouwgronden waren schaars en men zocht tijdens frequente verhuizingen naar betere oorden. Complete stammen en hele bevolkingsgroepen verhuisden soms honderden tot duizenden kilometers, om daar waar ze neerstreken hun (vaak vreemde) invloeden te laten gelden. Hierdoor was de wederzijdse invloed van bevolkingsgroepen op elkaar veel groter dan men zou denken. Men is geneigd te denken dat men in die periode niet of nauwelijks reisde en dus weinig contacten buiten de eigen stam had. Het tegendeel is waar.

De invloed van de steden was op het platteland nog niet overheersend. Sterker nog, in de lage landen waren er nauwelijks steden van betekenis. De van oorsprong Germaanse cultuur heeft haar invloed nog tot laat in de Middeleeuwen op het platteland doen gelden. Het is waarschijnlijk dat in de periode van 500 AD tot 1000 AD (met een ruime marge ) de van oorsprong Germaanse namen ook door Kelten (die woonden in wat we nu Frankrijk, België, zuidoostelijke delen van Duitsland, Engeland en Ierland noemen) werden gebruikt en v.v. Illustratief hiervoor is dat de kerstening, die in onze streken rond 900 AD pas echt doorzette, werd “geleid” door predikers uit de westelijke regionen, tot zelfs Ierland aan toe. Monniken uit Ierland en Engeland kwamen naar hier om het Christelijke geloof te verspreiden. Zij brachten niet alleen het geloof mee, maar ook zeden, gebruiken, andere mensen … en namen.

We definiëren de periode van 500 – 1500 AD voor het gemak wel als “de Middeleeuwen”, maar in onze contreien en zeker op het platteland betekende dat nog steeds een smeltkroes van verschillende culturen, ook verschillend in de tijd gezien, die ieder voor zich hun specifieke invloed hadden. Het is nu niet meer duidelijk welke invloeden door welke bevolkingsgroepen en op welk moment overheersten, of welke van oorsprong streekvreemde namen, gewoonten etc. werden overgenomen. Daar komt nog bij dat in de eeuwen tussen 500 AD en 1500 AD de hertogen, graven, koningen en de kerk sterk hun stempel drukten op de maatschappij in het algemeen en de naamgeving in het bijzonder. De edelen en de kerk bezaten bijna alle grond die werden geëxploiteerd door middel van het hofstelsel. Onder het “hof” vielen een aantal grotere boerderijen, en tot elke grote boerderij behoorden weer enkele kleinere boerderijen. Elke “laag” van dat stelsel droeg zijn bijdrage uiteindelijk af aan het “hof”. De mensen op de hoven waren horigen, onvrijen, gebonden aan de grond die men bewerkte. Geslachtsnamen bestonden niet en namen van personen werden destijds veelal gekoppeld aan de boerderijen waar men woonde (men “heette” naar de boerderij waar men woonde) (Bron: (6)). Pas veel later, in de 17e, 18e en 19e eeuw, werd de naamgeving gestructureerder, uiteindelijk uitmondend in het stelsel van achternamen dat we nu kennen en dat ons pas definitief werd aangemeten door de Fransen in 1811.

Ook is er, over die hele vroege periode gerekend, een groot verschil in taal, cultuur en bevolkingsaard te onderscheiden. Immers, we spreken over een periode van wel 1000 jaren ! Het is niet reëel om over zo’n lange periode te generaliseren. We zouden als het ware onze huidige cultuur met die van ca. 1000 AD willen vergelijken en grote overeenkomsten willen aantreffen. Hetgeen nu niet in ons zou opkomen, de geschiedenis kennende. .. according to Hekket (1)

Variants: Oldemenger; Klein-Mengerink. Properties near Neede: in 1298 – 1304 the name Mengerinc is found here. Baak, Steenderen (halfway between Arnhem and Zutphen): in 1424 the name Mengerinck is found here. Vierakker, Warnsveld (near Zutphen): in 1338 the name Mengerinck is found here. Exel, near Lochem (halfway between Zutphen and Neede): here stood in 1494 Mengersguet (presumably the name of an estate or farm).

The first name “Menger”, variant of Mangar, derived from “mana”, “man” en “gairu”. The family name Manger is derived from these old Germanic (Saxon) first names.

There are some places in Germany that point to the “Menger” name: Mengersen near Warburg (in 963 – 1037 AD known as “Mangereshusen” (today we find family names like “Mengeringhausen” in Germany). The first name “Manger” led to “Menger” thru the “German” umlaut: Mänger became Menger.

In the “verpondingscohier 1650” (loan register) of Neede is the farm “Mengerinck” in the hamlet of Hoonte, a mile south-west of Neede.

The name “Menger” can also be explained by refering to the old-English word for a merchant: Monger. This word can nowadays be found in Dutch family names like Hengstenmenger (merchant who sells “hengsten” (= studs). This naming can be found in English in words like “ironmonger” (iron merchant) and “costermonger” (merchant who sells “coster” ( = vegetables)).

For the name Mengerink in relation to the mentioned properties, Hekket stays with “Mangar”. He gives as an example the town Mangertonin, Dorset, England, which was referred to in 1207. The name is explained as “mangara tun”, which stands for “town of merchants”.

(summerized version; the complete version contains more examples of how Manger/Monger led to Menger and Mengerink)

… according to Ebeling (2)

A second version of how the name could have been founded gives Ebeling in his book about first and last names in The Netherlands (2). On page 140 he refers to the name “Honremenger” (Maastricht 1399/1400), Hengstmanger and Oldenmenger. He emphasizes the origin of the name as “profession-bound”. He states: “… where names are based on extincted, obsolete, dialectic profession names, or profession names that are changed greatly.”

An explanation of the ending verb “-ink” in the name MengerINK can also be found in Ebelings work (page 93 and following), where he explains names that originate from inheritance. Freely interpretated I learn from his work that ending verbs like “-ink” and “-ing”, with a large number of variants, point to inheritance or a place-of-origin naming convention. There are a number of subvariants and combinations, like Mullink (a miller (Mull…)) who was named after his profession AND after the fact he lived in a mill. A combination of first names that become last names, and origin naming is probably the explanation for Mengerink: “Menger” as a first name that became gradually a last name, and “-ink”, meaning “originates from” (probably a farm or other property).

… according to me

I’m sure both explanations give an excellent picture of how the name Mengerink, with al its variants, came about. I do have a comment to these explanation in that I think both the first name Menger (Mangar) and the professional meaning of Menger, being a merchant, could be mixed up. Indeed, until the Christening Ages (for our regions: 800 – 1200 AD) old Germanic names were used for living persons. Be sure that in those days people lived, in almost every aspect, in a culture and conditions that can be described as “trible bound”. In the “early Middle Ages” (before 800 AD), the Roman Empire’s army had left our regions, leaving the original population, mostly Germanics (Teutons) and Kelts, in very poor living conditions and in great distress because the many tribes were disordered, displaced, mixed up and fighting each other. Emperor Charles the Great was into power around 800 AD, and ruled a large part of Western Europe. His christening policy had great influence to namegiving. But the northern regions of the Low Countries, the currrent provinces north of the river Rhine, weren’t cultivated and Christenend until 1000 AD. These “low countries” were mainly wasteland and there lived only a few thousand people, mainly traditional Germanic tribes.

Only first names were used in those days, last names (family names) weren’t common until the 14th/15th century, and then only practiced by the very rich people (the nobility and the land owners for instance). It can be assumed that someone who was a merchant, could have had a first name in combination with a name that adressed his profession. Nobody in those eras however made the association between the name Menger (Mangar) and old Germanic namings anymore. Remember there had already passed some 800-1000 years since the real origin of that word. A name was a name, without the meaning it had many centuries back in time.

The name Mengerink can thus be explained by separating the name in two parts: “Menger” (refers to an ancient Germanic first name and/or a profession) and “-ink” (refers to “coming/originating from, born from …”).

The influence of old-Germanic (Teutonic) names as well as profession-bound naming will have had its influence on the name Mengerink. We are talking about a periode of about 800 – 1000 years in which names like “Menger”, and verbs like “-ink”, gradually got connected.

Then, because of the mixing up of Germanic and Keltic population and culture in North-Western Europe in the period between 500 AD and 1000 AD, many words and expressions were used by both populations. Gradually, many languages came up (German, Welsh, Scottish, Gaelic, Old-English, Early Dutch, Danish, Swedish, Norwegian, and all in many dialects). The meaning of words and names got disconnected from it’s origin. Also, merchants and clergyman travelled around Europe, taking with them the words from certain regions and introducing those words with a slightly “changed” or “mixed up” meaning in other regions. There were no writing skills among the people then, so words could easily be misunderstood and misinterpretated, and so implementing a meaning that no longer linked to the real origin.

It should be mentioned that in those days (the so called pre-Carolingic period before 800 AD) the “Great Movements” took place. Many hundreds of tribes, typically the total population of a large region, left their original homes and regions, looking for better living conditions. They were expelled from their homes by warfare, famine, religic reasons, or anything else. It was the time when no man or woman was sure to live in the same place for a long time. Certainly poor people were expelled many times, before settling in a place, often thousands of miles from their place of birth. This caused a new mixing up of all kinds of populations, languages, religions, cultures, etc. The influence of the upcoming cities on the population living outside those cities was hardly existant in the years before 1200 AD. It were in fact two totally different cultures. In the cities, christening had already taken place and everybody called himself a Christian. But there were almost no cities north of the river Rhine, until 1200 AD. Outside the cities and certainly in the areas above the river Rhine, christening was still going on, and many ancient cultural habits, often of Germanic origin, were practised. In naming people there was no difference. So it isn’t strange at all to find an old Celtic name like Mangar as the origin for a family name like Menger(ink) in an all Germanic region.

To be more precise in placing people and cultures on the map of Europe: the Germanic population lived in a region from the Low Countries in the west up to Poland and eastern Russia in the east, and from the current Bavaria (south of Germany) up to the Scandinavian southern borders (including the south of current Denmark). Further up north lived the Vikings, who later split up, resulting in the current Danish, Norwegian and Swedish culture. The Celts lived below and to the west of the river Rhine, in what we now know as France, and also the current England, Scotland, Wales and Ireland. Even parts of current Switzerland and Austria were Celtic.

We should consider that in the era between 500 AD and 1500 AD many Dukes, Earls, Kings and the Church itself (which at first was a very young Roman Catholic Church) influenced living conditions and the naming of people to a large extent. The Nobility and the Church of Rome posessed almost all of the cultivated land that was exploited by means of the Court system. Under such a Court resided a small number of larger farms, which in turn ruled many smaller farms. Every “layer” of that “system” had to pay their upper layer, and ultimately the Court, yearly. People living on farms were predials (slaves of the Court owner, often the Duke or Count) … better called the “unfree”. They were tied to the ground they worked on and were not allowed to travel or marry without conscent of the Court. Names were given to the farms, not to the people. People were less important then properties. One was named after the farm one lived and/or worked on. Only much later, in the 17th and 18th century, namegiving was structured gradually, until the system we know now came in place.

We tend to call the periode between 500 and 1500 AD the “Middle Ages”. But at the same time we tend to forget that this is a period of a thousand years. If we would look back a thousand years from now (so back to the year 1000 AD !), and try to describe that periods culture in a few sentences and try to compare it to ours, we fail immediately. What I mean is, that those “Middle Ages” were a very long period of great changes, in culture, in religion, in politics as well as many other aspects. So, comparing the conditions in 500 AD to those in 1500 AD is like comparing our culture of today to that of the year 1000 AD. On the other hand: the “melting pot” that Europe was in those days, still is there today. We like to think that we have it all under control, but in fact we live in the same mix of cultures as our ancestors. It is through modern media that we see each other, learn from each other, and therefore don’t have the need for moving around so much (oh .. well…). It is through that knowledge that we do not see the need for warfare because of misunderstanding each others culture, as our ancestors did much too often.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Mister Spy Was Here